Verslag EK 20kamp 2006
Door Fabian Ernst

Al een aantal jaren ben ik besmet met het 20-kamp virus. Begin jaren’80 door de Fin Risto Karasmaa bedacht, want waarom zou je een 10-kamp doen als er nog meer atletiekonderdelen zijn? De 20-kamp bevat dus alle atletiekonderdelen die je kan bedenken (en nog een aantal die je niet zou bedenken, zoals de 200horden) behalve snelwandelen. In 2002 werd het voor het eerst in Nederland georganiseerd, maar ook in het buitenland zijn er een paar waaronder heuse Europese en wereldkampioenschappen.

Vorig jaar had ik er eentje in Duitsland gedaan, en dit jaar was deze wedstrijd het Europees kampioenschap. De keuze was dus snel gemaakt om weer die kant op te gaan. De plaats van handeling: Scheessel, een typisch Duits plattelandsdorpje.... En zoveel gebeurt daar niet, dus het werd serieus aangepakt met op vrijdag een openingsceremonie met een aantal toespraken, een optreden van de plaatselijke cheerleaders en een vlaggenparade.

In vergelijking met voorafgaande jaren was het niveau deze keer redelijk hoog. Met als favorieten de Zweed Johan Szabo, WR houder bij de neo-senioren, en de Duitse 400horden kampioen Adrian Schurmann. De Moldavier Cobalenko, een 7700-punten tienkamper en deelnemer aan de OS in Athene, moest afzeggen omdat hij geen visum kon krijgen. En verder een stuk of 40 anderen van wisselend niveau – waaronder ook uitvinder Karasmaa - uit diverse landen maar voornamelijk Duitsland en Oostenrijk.

De voorbereiding was niet echt soepel verlopen; in februari een hamstring verrekt en ondanks een combinatie van rust, rustig trainen en hard trainen herstelde het niet vanzelf. In april begon ik me toch wat zorgen te maken en dus ook maar eens langs de fysio geweest. Dat hielp wel iets, ik was nu in staat om een redelijk mila-wedstrijdseizoen te draaien maar voluit sprinten of snelheidstraining was niet echt mogelijk....

Dag 1
De hamstring voelde de hele week al slecht aan. Het plan was dus om de eerste 3 onderdelen (100, ver en 200 horden), toch al niet m’n sterkste, maar te laten lopen. Er is natuurlijk niks vervelender dan dat je om kwart over acht ‘s ochtends je tas alweer kan inpakken omdat je geblesseerd bent. Na 2 mislukte 20kampen wilde ik er nu eindelijk weer eens eentje afmaken. De 100 ging dan ook heel erg rustig in 13.55, bij het verspringen kwam ik door een goede aanloop nog tot 5.42 en de 200 horden duurde 32.28. Maar het belangrijkste: alles was nog heel en nu kon het echt beginnen. Na een ‘par’ op kogel met 9.79 werd het tijd voor de 5 km. De eerste kms gingen redelijk ontspannen in 3.30, op kop van het veld met alleen Schurmann achter me aan. Of het door de warmte kwam (tegen de 30 graden) of iets anders, maar de man met de hamer was blijkbaar ook in Scheessel aanwezig en de laatste 2 km zakte het tempo terug naar 3.45 per km om in 18.02 te eindigen, goed voor de 2e plek.

Vervolgens is er een pauze van een uur, en dus even tijd om langs de fysio te gaan voor een preventieve check van de kuiten, zeker omdat ik op de 5km toch nog dieper was gegaan dan ik had gewild. Na een inspectie van een minuut verklaarde hij mijn kuiten voor in orde, maar “mijn hypofyse had stress” en een paar naalden in m’n oor zouden daarvoor helpen. Op zich niet het moment om te experimenteren, maar ach, waarom ook niet. Dan de 800. Ik zat niet bij de snelle mannen in de serie en moest het alleen doen. De eerste ronde ging in 61, maar de 2e ronde voel je dat je al een 5km in de benen hebt en ik kwam uit op 2.09, toch nog genoeg voor een 4e plek.

Vervolgens hoogspringen. De naalden hadden blijkbaar niet echt geholpen, want bij de eerste de beste keer inspringen schiet de kramp vol in m’n linkerkuit. Meteen strompel ik naar de fysio, die nu de kuit wat serieuzer onderhanden neemt. Op de vraag of ik enige kans maak om de 20kamp af te maken is de reaktie: “Ga maar lekker springen, en dan zie ik je zo weer”. Ik strompel weer terug naar het hoogspringen, dat net gaat beginnen. Elk punt is er een, dus ik begin zo laag mogelijk om te testen of de kuit het houdt. Maar al op 1.35 wordt het duidelijk dat verder springen dom zou zijn en dus kunnen we dit onderdeel ook afschrijven. Omdat de rest natuurlijk hoger springt heb ik nu ruim de tijd om weer bij de fysio langs te gaan en vervolgens rustig te dribbelen en te rekken.

Dan staat de 400 voor de deur. Mijn hoop is om de eerste dag af te maken, in de hoop dat de kuit na een nachtje rust de 2e dag beter is. Elke kans op een goede klassering of PR is natuurlijk weg. Ik durf niet voluit te starten maar het voelt goed aan dus wordt het een lange versnelling om in 57.24 te eindigen. Het kogelslingeren is ook weer een ‘par’ met 16.58, misschien dat een keertje erop trainen zou kunnen helpen. Als afsluiting de 3000 steeple, met 35 keer afzetten voor een hek. Rustig beginnen, maar de kuit houdt het wonderbaarlijk goed en ik veeg nog aardig wat mensen op om na een vlakke race als 4e in 11.38 te eindigen.

Het wordt dan wat drukker op de baan. Twee lokale bands komen de pastamaaltijd van wat achtergrondmuziek voorzien en dat trekt de plaatselijke groupies en oude rockers aan. Na nog wat rekken is het dan vroeg bedtijd.

Dag 2
De wekker gaat weer om 5.45. Liggend eens even de kuiten en hamstring strekken. Dat voelt eigenlijk wel redelijk aan. Dan maar op de rand van het bed gaan zitten en de kuit nog eens strekken. Hmmmm, da’s al heel wat minder. Dan maar eens gaan staan. AU! De strategie voor vandaag dus: proberen af te maken, en misschien nog een etappezege binnenhalen.

De 110 horden, toch al niet m’n onderdeel en al helemaal niet om 8 uur ‘s ochtends, gaat slecht in 23.04. Discus gaat acceptabel in 29.60, genoeg voor een 4e plek. De 200m is weer een risico voor de hamstring; zo hard als je durft dus, en dat levert 26.79 op. Daarna tijd voor polshoog. Bij de aanvangshoogte blijkt m’n aanloop nog niet te kloppen, maar uiteindelijk komt het nog goed en kom ik tot 2.50. De Zweed Szabo springt met dezelfde stok als ik, en bij diens laatste poging op 4.10 gaat hij dwars doormidden (de stok, en hijzelf bijna ook).

Dan komt de 3000, een van de weinige reële mogelijkheden om nog een onderdeel te winnen. Het beeld is hetzelfde als bij de 5000: Ik loop op kop en heb Schurmann achter me, die tot nu toe alle looponderdelen heeft gewonnen (waaronder de 400 in 48 en 200 in 22) en 1e staat. Met 800m versnel ik en hij kan nu niet mee; aan het einde komt er nog een Oostenrijker dichtbij maar deze overwinning laat ik niet meer gaan; de eindtijd is 10.22.

Weer een uurtje pauze en dan komen er voor de laatste keer hekken in de baan. De spieren gaan verrassenderwijs steeds beter aanvoelen en redelijk soepel ‘snel’ ik naar 69.98. Schurmann laat een indrukwekkend staaltje hordenlopen zien met al 15 onderdelen in de benen en loopt nog een 53er. Speer gaat dan redelijk met 33.73. Dan de 1500. De echte spirit is er niet meer, maar het is natuurlijk wel een onderdeel waar nog wat te halen valt. In mijn serie gaat een Oostenrijker er hard vandoor met een rondje 72; met moeite kan ik bijblijven. Z’n tempo zakt dan in en de laatste 2 ronden ga ik eroverheen voor de seriewinst in 4.45, uiteindelijk genoeg voor een 2e plek.

Vervolgens hinkstapspringen. Het getuigt wel van enig cynisme om dat als 19e onderdeel in te plannen; nog een keer een enorme aanslag op de spieren. Alle energie is nu echt weg en het wordt een bedroevende 10.14. Met alleen nog de 10km te gaan wordt het tijd om eens naar het klassement te kijken. Ik sta 11e; de top-10 is niet meer haalbaar, en achter me is er alleen nog gevaar van de Duitser Sven Brehm die ruim 2 minuten op me moet winnen. Op de 5km zat ik voor hem, dus ik bereid me voor op een redelijk relaxte 10km. Brehm heeft echter andere plannen en gaat er als een speer vandoor. Ik begin toch rustig, en kijk het even aan in de hoop dat het een kamikaze actie is. Maar het gat wordt snel groter en na 2 km heeft hij al een halve ronde. Dan toch maar wat meer gas geven. Met kms rond de 4.00 houd ik het gat stabiel; hij wint de 10km en ik eindig als 3e in 40.49.

Ik blijf dus 11e in het klassement en kom op 8653 punten, bijna 500 onder m’n PR. Schurmann wordt Europees kampioen met rond de 12600 punten, Szabo pakt zilver, een fractie onder z’n eigen neo-wereldrecord, en het brons is voor de Nederlander Alwin Roobeek met rond de 10800 punten. Het laatste onderdeel is dan 450 km terugrijden naar huis......