www.posermen.com
Home
Nieuws
Verslagen
Uitslagen
Voorgesteld
Foto's
Archief
Links
Gastenboek
Vakantie in Barcelona

De heren Pim en Ivo zijn afgelopen week naar Barcelona geweest. Samen met hun homeboy Robert Haaijk (“Haaijk on the mike and he’s crazy as a bieatsj”) wilden we even ontsnappen aan de Nederlandse alledaagsheid en ons laven aan de Spaanse alledaagsheid. En dat is gelukt!

Barcelona is de stad van Gaudi en … eh … FC Barcelona? Veel meer dan dat wisten we niet, behalve dat ten het noorden Lloret de Mar en ten zuiden Salou ligt. Eind november is het wel mooi weer, maar strandweer is weer iets anders, dus daar zijn we maar niet naar toe geweest. We hadden wat boekjes over de stad en we zagen daar in ieder geval nog het Picasso museum in staan.


Donderdagochtend vlogen we er heen. “Lekker vroeg, dan hebben we de hele dag nog”, had Ivo gedacht. Om 6.30 uur vlogen we en dat is inderdaad lekker vroeg. Vanaf het vliegveld in Barcelona namen we de bus naar het centrum. De vriendin van Haaijk (Anne) had gebeld naar een hotel (“Iets met Rosso, dus waaschijnlijk in de hoerenbuurt”, aldus Haaijk) en voor 5 nachten voor ons gereserveerd. We wisten waar het was, een zijstraat van Placa de Catalunya, dus dat was wel makkelijk. Huisnummer 14 in een straatnaam iets met Angel. De straat vonden we snel, alleen waren niet alle panden genummerd. Uiteindelijk vonden we nummer 18, maar daar wisten ze niet waar 14 was (“waarschijnlijk daar om de hoek”, niet dus). Toen vonden we nummer 12, dus 14 moest er naast zijn. Het was een stropdassenwinkel, maar die had nog nooit van hotel Rosso gehoord! Uiteindelijk belde Ivo maar ergens aan en we bleken goed te zitten! De naam was echter Arosa, waarschijnlijk de reden, dat hun buren geen idee hadden dat ze daar zaten. Eerst vonden we dat raar, maar als iemand mij vraagt naar mevrouw De Vries weet ik het ook niet, terwijl dat heel goed mijn buurvrouw zou kunnen zijn. De kamer was niet echt geweldig, maar Ivo en Haaijk pasten best in dat 1,5-persoonsbed. En als we die douche niet zouden gebruiken, dan zou het bed van Pim ook niet nat worden.

Dag 1
We gingen de eerste dag wat rondlopen in de buurt en uiteraard even een kerk in. Kostte meteen 4 euro, best veel geld om het huis van God te betreden. Als je er vanuit gaat, dat een vakantie veel geld kost is het niet zo erg, zullen we maar zeggen. Verder nog wat gewandeld en geshopt. ’s Avonds waren we in ieder geval helemaal gesloopt.

Dag 2
De tweede dag hadden we een missie: de grote kerk van Gaudi, de Sagrada Familia. We konden de metro nemen, maar we zijn natuurlijk geen watjes, dus we gingen gewoon te voet. Het duurde even, maar na een uurtje ofzo arriveerden we er. Echt te missen was het niet, want het aantal bussen Japanners was niet te tellen. Uiteraard even een fotootje genomen. Ze bouwen al meer dan 100 jaar aan die kerk en ze zijn iets over de helft. Het bleek 8 euro te kosten om binnen te mogen kijken, plus een euro voor het museum. Vooruit maar weer, het is nog steeds vakantie. En wat blijkt er binnen te zien te zijn? NIETS, alleen maar bouwstellingen en andere troep die je ook op eiland 4 kan zien! Ik verwachtte echt een kerk te zien, maar die was alleen te zien op een video die ze daar vertoonden. Je kon ook nog in de 75 meter hoge toren, maar dat kostte ook nog eens 2 euro. Ja, dahaaag! Het museum was ook niet echt geweldig en je werd niet eens op je kaartje gecontroleerd! We hadden die euro gewoon in onze zak kunnen houden! Ach, het blijft vakantie en het was prachtig weer. We waren wel wat teleurgesteld, maar Haaijk was onder de indruk: “Ik vind het indrukwekkend. Hele busladingen Japanners komen hier en betalen allemaal 8 euro voor eigenlijk helemaal niets. Een indrukwekkend manier van geldklopperij”. Daar had hij gelijk in. Als ze die kerk nou eens gingen afmaken, dan zou het nog terecht zijn, maar dat gaat nog wel minstens 75 jaar duren.


Daarna gingen we via de Arc de Triomph (we waren in Barcelona) naar een park in het zuidwesten (geen idee hoe het heet, ik heb geen plattegrond meer). Het was prachtig weer, het park was mooi. Genieten! Meneer Haaijk plukte gewoon een rijpe sinaasappel van een boom. Gratis! Hij was wel enorm zuur, maar het ging om het idee. We zagen ook nog de dierentuin met de enige witte gorilla ter wereld. De zoo was erg klein, hij ging al bijna dicht en het kostte ook nog eens 12,50 euro: we gingen dus niet naar binnen. Wel jammer, want drie dagen later was de gorilla dood.

Dag 3
Zaterdag gingen we eerst even naar de markt en daarna, te voet, naar het Gaudi park. Wist je dat er in Barcelona 67 parken zijn? Bij elk park stond dat aangegeven. Ze noemen drie bomen met een bankje al een park, maar vooruit. Het Gaudi park vonden we best aardig, maar het dixielandbandje dat we ’s ochtends hadden gezien en waarbij mensen spontaan begonnen te dansen (o.a. een oude man die jonge meisjes probeerde te verleiden, hetgeen nog lukte ook) was leuker.


’s Avonds gingen we uiteraard weer uit eten. Dat begint pas om een uur of 10, dus dan heb je honger ook. Uit een van de boekjes zochten we drie mogelijke restaurants uit, die door de schrijver goed bevonden waren. Uiteraard waren ze alledrie helemaal niets: te hip, te druk, onduidelijk of te duur. Na een heerlijke maaltijd bij een of andere Indiër gingen we op zoek naar een leuke disco. Die bleken in de haven te zijn. Daar kom je door eerst de Rambla(s) af te lopen. Aan het einde is het wat minder druk en proberen sommige mensen wat geld bij te verdienen. Ik bedoel dan niet de straatartiesten, maar de hoeren. Allemaal zwarte vrouwen die je proberen in je ballen te rammen om je in de stemming te brengen. Misschien dat het bij hun mannen werkt, maar bij ons niet! Wegrennen hielp maar gedeeltelijk, want soms renden ze gewoon achter je aan. Als atleet loop je natuurlijk veel sneller, zeker als je even wat knie inzet laat zien. Op enige waardigheid kon je die ho’s niet betrappen.


Redelijk ongeschonden kwamen we bij de haven. De disco’s waren gratis, maar de drank was schreeuwend duur: een cola was 4,50 euro, door het arrogante barmeisje eigenhandig afgerond op 5 euro. Bij de eerste tent waren veel oude mensen (nog ouder dan wij, veel ouder zelfs) die probeerden te dansen op de Hermes House Band en Chuck Berry. Wegwezen! De volgende tent draaide ook de HHB, dus dat was wel goed. Na een uurtje of zo mochten we weer weg.

Dag 4
Ook in Spanje zijn de winkels dicht op zondag. Als het dan ook nog regent dan is er weinig aan. Dan maar even het Picasso museum afgevinkt (samen met heel veel anderen, voornamelijk Japanners).


Om 17.00 uur speelde Espanyol thuis tegen Sevilla, in het Olympisch Stadion. Met de metro (we zijn geen masochisten) gingen we daarheen. We zaten helemaal bovenin, in de regen en de wind. De wedstrijd was enorm slecht, het was koud en we wilden eigenlijk naar huis. In de laatste minuut scoorde Espanyol (met Jordi en de ingevallen De La Pena) de 1-0 en wonnen zowaar (ze stonden laatste en hadden pas 1 keer gelijk gespeeld thuis).


Daarna gingen we eten en discussieerden we over vragen als: moet je het hoogste geluk nastreven of het hoogst haalbare, landen die van het toerisme leven hebben communistische trekjes en meer van dat soort onderwerpen die je bij de centrale verwarming bespreekt.

Dag 5
De lucht was weer strak blauw en we hadden al een paar dagen een gebouw op een berg gezien. Een beetje ver, maar voor ons een uitdaging. We wilden met de trein, maar omdat we die niet konden vinden gingen we maar weer lopen. Na 1,5 uur kwamen we eindelijk op een berg aan. De verkeerde! De goede berg leek nog ver weg te zijn, maar we gingen een poging wagen. Tenslotte zouden we drie trainingen missen en dat is toch wel veel. Eerst een water kopen in een lokaal winkeltje. Daar zat een meisje mooi te wezen! We zijn alleen vergeten om een foto van haar te maken, maar dat maakt de herinnering wel mythischer. Zoals Ivo al zei: “Ze was blond, maar niet storend”. Het gaf ons in ieder geval weer genoeg energie om er weer een uurtje tegenaan te gaan.


Het opvallende aan een toeristische stad als Barcelona is, dat ze er geen woord Engels spreken. Geen Spaans ook eigenlijk, maar het verschil tussen Catalaans en Spaans horen wij toch niet. En de woorden hola en adios begrepen ze daar best. Des te verrassender was het dat een man ons aanspraak om te vragen of we wisten waar we heen moesten (we draalden een beetje). Hij wees ons de weg en het klopte nog ook! We dachten dat van onderaan de berg een kabelbaan naar de top zou gaan, maar dat was dus niet zo. We moesten op onze nette schoenen (Pim had intussen al een blaar) de berg op! Door het gras en de kiezelstenen, langs een hondenkennel. Het bleek, dat er veel hardlopers waren, maar die liepen niet de berg op, maar er om heen. We namen dus maar weer een onorthodox pad, 30% omhoog. Ivo begon te klagen, maar Pim was niet te stoppen. “Normaal zit er geen gang in, maar als hij de berg op moet, dan gaat hij pas lopen”, aldus Ivo. Uiteindelijk, ruim 4 uur na het begin, kwamen we aan bij het eindpunt: een kerk met een grote Jezus op het dak! Je moet wel even in aanmerking nemen, dat we allemaal in onze winterjas liepen, met onze nette schoenen aan in een brandende zon. Het was dus zwaar! En bovenop was er bijna niemand! De kerk bleek wel open, maar was niet veel groter dan de kerk in Overbos. En niet eens echt mooi. Ernaast was een pretpark, maar dat zag eruit alsof het jaren geleden was gesloten.


We namen na een uurtje de bus terug (die reed dus wel gewoon!). Na 5 minuten moesten we eruit, met de Funicular (een soort trein die de berg opgaat, of afgaat) mee (die reed dus wel!). We hadden geen kaartje, maar we gingen gewoon zwart rijden. Een rock-and-roll leven leiden we! Daarna ook nog de trein en binnen 30 minuten waren we weer thuis. En waar was de trein nou? Gewoon naast de metro en tegenover de Burger King! Ach, we hadden weer wat lichaamsbeweging gehad.
’s Avonds gingen we nog ergens eten in een guur straatje (ons beoogde restaurant, uit een boekje, was weer eens helemaal niets). Een leuke serveerster, lekker gegeten, maar Ivo werd daar wel bestolen van een hoop geld en pasjes. Gelukkig niet zijn paspoort, anders zou hij in Spanje moeten blijven, daar een vrouw zoeken en er altijd blijven! Dat zou natuurlijk verschrikkelijk zijn: bijna altijd mooi weer en een mooie Spaanse vrouw thuis op de bank, zie daar maar eens passende gordijnen bij te vinden. Die schijnen thuis enorm de broek aan te hebben, maar waar is dat niet zo?

Dag 6
Ivo voelde zich niet echt goed meer, een beetje grieperig. Geen geld op zak hebben helpt ook niet echt om je beter te gaan voelen. Een voordeel had het wel: hij hoefde niet meer bang te zijn, dat hij zou worden bestolen! Meneer Haaijk belde naar Nederland en hoorde, dat hij een nieuwe baan kreeg, bij de provincie Limburg. Dat betekent dus: carnaval bij Haaijk!

Conclusies over Barcelona/Spanje

  • Ook in november kan het weer erg aangenaam zijn.
  • Het matje is weer helemaal terug, vooral bij vrouwen. Als ze al kort haar hebben, dan ziet het er werkelijk niet uit, maar als ze lang haar hebben, dan staat het best leuk.
  • Het feit, dat je niet eens weet wie je buren zijn is niet typisch Nederlands: ook in Spanje weten ze dat niet altijd.
  • Barcelona is kleiner dat je denkt: in het centrum is alles op loopafstand te bereiken, zeker voor zulke goed getrainde mensen zoals wij of meneer Haaijk.
  • Gaudi = gebroken tegeltjes, bij voorkeur in de vorm van een salamander
  • Hoewel Duitsers in heel Spanje meer dan oververtegenwoordigd zijn, vind je ze nauwelijks in Barcelona. Wel vind je er veel Spanjaarden, Japanners en Amerikanen.