|
|
|
Spring
Break 2005 (trainingsstage in Florida)
Donderdag duurde het even voordat we op Schiphol vertrokken waren: Zehadden
maar een ontijzingsmachine, en daar kwam alleen een lullig straaltje uit dus we moesten
wachten totdat hij bijgevuld was. Eenmaal in IJsland aangekomen moest er natuurlijk meteen
gevinkt worden, maar voordat het zover was eerst de inwendige mens versterken. De
plaatselijke snackbar was net dicht, maar gelukkig was de Esso nog open en verkocht hij
naast nuttige dingen zoals Excel 2000 en barbecue tangen ook heerlijke hamburgers.
Vervolgens naar het noordwestelijkste puntje van zuidwest IJsland. Na al deze inspanningen
was het natuurlijk tijd voor de Blue Lagoon: heerlijk badderen in lekker warm water.
Om 10 uur leek het ons een goed idee om naar het hotel te vertrekken. Reykjavik blijkt ook
een parkeerprobleem te hebben, zodat het uiteindelijk nog best lang duurde voordat we onze
Toyota uit 1878 kwijt waren. We hadden de stilzwijgende afspraak dat we in IJsland om de
beurt een dagje flink wat consumpties zouden nuttigen. FE heeft zich daar de eerste avond
goed aan gehouden maar de anderhalve slok bier in het cafe was net iets te veel van het
goede. Op vrijdag stonden we goedgemutst weer op. Eerst natuurlijk langs wat
souvenirsshops, en vervolgens een wandeling naar het vliegveld. Een mooie vlucht van een
half uur naar de Vestmannaeyjar. De helft van het eiland, inclusief een vulkaan ligt er
pas sinds 1973, een ander eiland kwam pas in de jaren'60 boven water. Maagdelijk terrein
dus. Natuurlijk allebei de vulkanen op en in gegaan, daar word je lekker warm van. Na een
overheerlijke pizza weer terug naar het vliegveld. Hoewel we ons voorbeeldig en
onopvallend hadden gedragen, kwam bij het binnenlopen van het vliegveld de chef naar ons
toe om ons meteen onze boardingpasses te overhandigen zonder dat we zelfs maar onze naam
hoefden te zeggen.
Na een kort vluchtje en wandeling werd het tijd om ons voor te bereiden op het
uitgaansleven. Even tot rust komen voor te TV, wat erg relaxed was omdat er maar 1 zender
waren waar ze maar 5 clips draaiden: Korn, Gwen Stefani, Eminem, een of andere rapper die
het erg toepasselijke nummer "Welcome to the Candy Shop" zong, en de uitstekende
IJslandse band Nylon. Daarna was het tijd om het uitgaansleven te verkennen. De Nasa leek
de hipste tent te zijn, dus gingen we daar maar naar binnen. Daar aangekomen bleek er een
Franse jazz band te spelen. Als erkend liefhebbers van dit genre zaten we natuurlijk bijna
vooraan. Nadat ze weg waren en de muziek aanging gingen natuurlijk meteen de beentjes van
de vloer.
Zaterdag werd het tijd om eindelijk eens wat kilometers te gaan rijden, we hadden er ten
slotte voor betaald. For old time's sake het standaard toeristenrondje gedaan: Hotel Edda
in Laugarvatn, Thingvellir, de Geyser, en de Gulfoss waterval. Zag er met sneeuw en ijs
anders uit dan met regen in de zomer. Na een lekkere pizza in Hveragerdi ging het door de
sneeuw en mist terug naar Reykjavik. Omdat in de Nasa dezelfde band - die ook nog eens in
ons hotel logeerde - alweer optrad, eerst maar naar Thorvaldsen's bar gegaan. Dit bleek de
"samba bar" van IJsland te zijn: Nog voordat we onze jas maar uithadden werden
we al benaderd door ene Sirdir die maar wat graag met FE wilde dansen. In plaats van hem
te redden dronken SP en Ricardo z'n biertje op. Vervolgens taaiden we snel af naar een
andere tent.
De Pravda leek ons wel geschikt, al had SP gezien de naam wat twijfels. Eenmaal binnen
bleek het alleen in de hiphopzaal druk te zijn, voornamelijk met groep 8 van de
plaatselijke lagere school. We hadden nu dus de keuze: Hiphop en klassefeest, of de
juffrouw Jannie's trotseren onder het geluid van de BeeGees en aanverwante jaren'70
muziek. Dat laatste leek ons verstandiger (niet noodzakelijkerwijs ook veiliger), en het
bleek uiteindelijk wel mee te vallen. SP begon langzamerhand ook aan zijn deel van de
bierafspraak te voldoen; Ricardo had intussen z'n oog laten vallen op het plaatselijke
antiek. Ondanks SPs aansporingen aan Ricardo om wat meer in actie te komen vertrokken we
gewoon met z'n drieen naar ons hotel.
Zondag. De jetlag voor Florida was alvast preventief geruimd, dus we hoefden maar een
uurtje de tijd te verdrijven. De beste plek hiervoor is natuurlijk de Blue Lagoon. Je kon
je daar laten masseren. Dat leek ons wel wat, maar helaas waren de 2 beschikbare plekken
al ingenomen door 2 intermediair-lezeressen die een wellness-tripje deden. Vervolgens naar
het vliegveld en met weer een uur vertraging op weg naar Florida. Dit werd een redelijk
turbulent achtbaanritje, zodat we laat in Orlando waren. Sinds 2001 kom je de USA niet zo
makkelijk meer in, zeker niet als je een flinke ladingen stenen in de koffer hebt:
"What's with the stones, son?" SP mocht dus z'n koffer uitpakken, en aan de
ambtenaar van dienst uitleggen dat het in Nederland heel gebruikelijk is om een kilootje
of 5 aan stenen mee te nemen als je op vakantie gaat. Uiteindelijk konden we toch nog in
de auto stappen om nog wat mijlen te rijden naar Cocoa Beach.
Maandagochtend bleek Cocoa Beach een echt surfersmekka te zijn. Na een bescheiden ontbijt
(een omelet met flink wat vlees en groente en een stapeltje pannenkoeken) werd het
natuurlijk tijd voor de ultieme souvenirshop: De Ron Jon Bon Jovi surfshop (of zo), 24 uur
per dag open. Een uurtje later werd het tijd voor het Kennedy Space Center, een paradijs
voor de echte nerds onder ons. Met de bus werd je wat rondgereden over het terrein waar de
space shuttles gelanceerd worden, 3D filmpjes over het internationale ruimtestation,
replica's van raketten, en natuurlijk een souvenirshop. Iets later dan gepland zetten we
koers naar het zuiden. Op de interstate bleek dat we een belangrijke Amerikaanse wet
overtraden: Op de bumper van onze auto zat geen "Support our troops", "God
bless the USA", of "Bush/Cheney 2004" stikker. Gelukkig zijn we niet
aangehouden, maar we vielen wel op. Het einddoel van die dag was Palm Beach. Met zo'n naam
denk je aan de boulevard een terrasje te gaan pakken, maar daar stonden alleen kapitale
villa's zodat we uiteindelijk in een C-categorie hamburgerketen in de buitenwijken
eindigden.
Dinsdag stranddag. Natuurlijk eerst Fort Lauderdale, bekend van de spring break. Een heel
mooi strand met veel bezienswaardigheden, volledig volgens de verwachtingen. Alleen bleek
er geen miss-wet-T-shirt contest te zijn, en alle verhalen over bezopen studenten op het
strand komen ook niet echt overeen met de realiteit: de op-een-na-coolste gasten hadden
alleen een blikje Bud Light bij zich - en daar moet je er toch wel een stuk of 50 van
drinken voordat je ietwat aangeschoten wordt. Het tweede strand op de vinklijst was Miami
Beach. Het zuidelijkste puntje staat het hoogst aangeschreven, dus legden we daar onze
handdoek neer. 50 meter naast ons was een fotoshoot voor badpakken met een niet onaardige
dame bezig. Ingeval de rolletjes van de echte fotograaf zouden mislukken bij het
ontwikkelen besloten wij om voor de zekerheid ook maar wat plaatjes te schieten als
backup. Na dit spektakel gingen we op weg richting de Keys. Tweeenhalf uur later waren we
eindelijk de files van Miami uit zodat we niet voor 9 uur 's avonds in Key West waren.
Uiteindelijk belandden we in het veiligste hotel dat we de hele week gehad hebben: met een
grote neger achter de surveillance monitoren. Gelukkig verstond hij Ricardo's
welkomstgroet ("Big brother is watching you") niet... Alle bezienwaardigheden
waren al dicht, maar de souvenirsshops waren gelukkig nog open.
Omdat we al behoorlijk achter lagen op het schema waren er op woensdag harde maatregelen
nodig: Half acht opstaan, en Key West in duurlooptempo afvinken - we waren ten slotte op
trainingskamp. Uiteindelijk was er maar een echt interessant punt, maar dat was dan ook
een toppertje: Het zuidelijkste puntje van de continental US!! (24 graden 32.792 min N, 81
graden 47.847 min W, voor de statistici). Om negen uur zaten we dan ook in de auto om de
300km naar Miami terug te rijden. Het was lekker weer, graadje of 20, dus mooi om te
snorkelen. Met wat sprintwerk konden we nog net een tochtje meepikken. Na een half uur
varen, klonk het "the pool is open", en mochten we het water in, met het
welgemeende advies om niet achter de boot te zwemmen ("winds are strong, and you'll
go all the way to Cuba"), onze snorkel niet ondersteboven te houden ("the
Atlantic is a pretty big ocean to sip through such a small straw"), en geen vals
alarm te geven ("if John finds out you're not in real trouble, he's not gonna be a
happy camper"). Eenmaal weer aan land bleek het te laat om nog naar de Everglades te
gaan en eindigde onze dag in het mondaine Homestead. Omdat we verder niets te doen hadden
gingen we naar de SuperWalmart, waar zo'n beetje alles te koop was - van Tshirts van de
plaatselijke high school totaan medium-sized geweren. 2 1/2 uur later verlieten we dit
paradijs weer.
Donderdag ging de wekker om 6 uur: We waren ten slotte op vakantie, dus hadden we haast!
Om 7.30 waren we al bij het bezoekerscentrum van de Everglades, zodat we als professionele
vogelkijkers overkwamen. Daar waren behoorlijk wat Schnappi's en vreemde vogels te zien.
Verder langs de weg leek het net Nederland, veel grasland, al stonden er geen koeien in.
Om bij de noordkant van de Everglades te komen moest er eerst een stuk worden gereden.
Daar kon je 12 km naar een uitzichttoren fietsen, over een fietspad waarop normaal
gesproken de familie Schnappi zou zonnebaden. We waren er om half drie, en om vier uur
ging de fietsentent dicht. "Guys, you're not gonna make it, so be sure to return
halfway!". Dat lieten we ons natuurlijk niet 2x zeggen. We gingen flink op de pedalen
staan en 28 minuten later stonden we bij de toren. Daar bestond het uitzicht voornamelijk
uit Schnappi's en roze lepelaars. Je kon er ook met de bus heen, en de bezorgde tourgids
vond dat we maar beter meteen weer konden vertrekken omdat we anders te laat terug zouden
zijn. We namen dus goed de tijd om rond te kijken, en gingen vervolgens weer in
Tour-de-France houding terug. Waarschijnlijk in een baanrecord, maar dat zal
waarschijnlijk worden afgekeurd omdat we het rondje de verkeerde kant op reden. Na nog 5
uurtjes in de auto, en bijna op het beroemdste schelpenstrand van de wereld geweest te
zijn - alleen de harde regen en het gebrek aan hotels in de buurt hield ons tegen -
eindigden we in Fort Myers.
Vrijdag was het ook weer zes uur op. Vandaag stonden de zeekoeien op het programma, en om
7 uur moesten we weer in Orlando zijn voor de NBA kraker Orlando Magic-New York Knicks. Na
een uurtje of 6 rijden stonden we bij de zeekoeien. Het nationaal park bleek uiteindelijk
een dierentuin te zijn, met als hoogtepunten Ranger Jessica met haar opossum, en een bald
eagle die gewillig voor de Amerikaanse vlag poseerde - zoiets als dat in Nederland een
oranje vlag in de leeuwenkooi zou hangen. Zo langzamerhand werd het tijd om de laatste 100
mijl naar Orlando te rijden. In 2 1/2 uur zou dat moeten lukken. Helaas bleek het niet
mogelijk voor 3 hoger opgeleiden om de toch niet heel erg moeilijke route (altijd
rechtdoor) te volgen, zodat we uiteindelijk 50 mijl omreden en 10 minuten te laat bij de
basketbalpot aankwamen. Interessant om mee te maken, maar echt spannend werd de wedstrijd
nooit: Orlando stond altijd met zo'n 20 punten voor. Het publiek hield het dan ook 10
minuten voor het einde massaal voor gezien. Wij bleven uiteraard tot het bittere einde,
kochten nog wat souvenirs, en begonnen aan de volgende etappe: De Universal City Walk, het
Stratumseind van Orlando. Na wat indrinken in het Hard Rock Cafe gingen we naar The Groove
- daar was net de 'teen party' afgelopen en mochten de mensen naar binnen die wel oud
genoeg waren om bud light te drinken. Uiteindelijk werd het er erg gezellig, maar om 2 uur
vonden we het mooi geweest.
Je kan natuurlijk niet in Orlando geweest zijn zonder een pretpark te bezoeken, dus
stonden we zaterdag om half elf voor de poort van Universal Studios. Elke film had z'n
eigen attractie, en gelukkig waren de wachttijden niet zo lang zodat we naar Terminator-2,
de Mummy, Twister en Back to the Future konden. Maar voor FE was het hoogtepunt om samen
met Shrek op de foto te gaan. Na een kort bezoek aan de Terminator souvenirshop werd het
tijd om naar het vliegveld te gaan. De terugreis was gelukkig wat minder lang dan de
heenreis, en om kwart voor zes 's ochtends waren we dan ook weer in Reykjavik. Na een
stevig ontbijt en nog 2 1/2 uur vliegen stonden we om 12 uur weer met beide benen in de
Nederlandse sneeuw.
Wat hebben we geleerd:
- IJsland/Florida is een behoorlijke cultuurschok, en een hele aangename als je terugkomt.
- Je kan nooit teveel souvenirs kijken (en kopen)
- Zorg dat je een Amerikaanse vlag en/of een geel lintje (support our heroes) en/of een
groene armband (support our troops) en/of een rood-wit lintje (God bless the USA) hebt als
je naar de States gaat.
- Kilometers maken is lastiger dan het lijkt (uiteindelijk stonden er maar 1600 mijl op de
teller, plus 450 km in IJsland), hoewel niet kaart kunnen lezen helpt.
|
|
|