Vakantie Fabian, Ivo, Pim en Seppo - Bulgarije 2005

Het begint inmiddels al bijna een traditie te worden: twee dagen na de MPM op trainingskamp gaan om in vorm te komen voor het tweede deel van het baanseizoen. Dit jaar gingen de bovengenoemde heren naar Bulgarije.

Het begin
We zouden een rondreis gaan maken door het land van de onbegrensde oplichters, zo was het beeld vooraf bij Fabian en Seppo. SP had de NRC meegenomen in het vliegtuig met daarin een wetenschappelijke verhandeling over de tekst van Watskeburt, de zomerhit van 2005. De stemming zat er dus meteen goed in.

Ivo had voor de eerste vijf dagen een hotel geregeld. Niemand wist of het hotel eigenlijk wel bestond, maar daar was zowaar de tweede meevaller van de dag: het hotel bestond en het stond zelfs naast de Technische Universiteit! De eerste meevaller was, dat de banken tot na 17.00 uur geopend waren, kom daar in Nederland maar eens mee aan!

We hadden prachtige kamers. Het hotel stond er net een paar maanden, dus was het niet zo gek, dat ze nog overal aan het werk waren. Of dat de douche tot in de slaapkamer lekte, of dat de douche ophanging meteen van de muur viel. Gelukkig hadden ze op de tv iets van 10 muziekkanalen.

De stad
De eerste volle dag, woensdag, gingen we met de bus naar het centrum van de stad. Met behulp van onze gids Fabian gingen we op zoek naar de hoogtepunten. Daar waren we eigenlijk behoorlijk snel doorheen, want er was eigenlijk bar weinig interessants te zien. Het enige redelijk mooie was de grote kerk: de Alexander Nevsky Kathedraal. Niet echt verwonderlijk dus, dat er geen City Trips naar Sofia georganiseerd worden.

Om 2 leva (zeg maar 1 euro) uit te sparen gingen we terug naar het hotel lopen. Het was intussen redelijk warm geworden en de wandeling was eigenlijk best lang. Ook volkomen oninteressant. Maar eenmaal in het hotel konden we relaxen in het zwembad. We moesten wel eerst een badmuts en een paar 'flip-flops' (badslippers) kopen, maar dan konden we ook dubbel genieten van het zwembad. Daarna mocht de masseuse onze benen masseren. Ze was wel wat verbaasd, dat we alleen onze benen lieten doen, maar ze wist toen nog niet, dat ze met topsporters te maken had. Die een topprestatie hadden geleverd op de MPM!

Cultuur
Een dag later was het weer de beurt om wat cultuur te zien. We gingen naar één van de grootste toeristische attracties van het land: het Rila-klooster. Het regende enorm hard onderweg, dus van de mooie rit door de bergen hebben we helaas niets meegekregen. Toen we er eenmaal waren klaarde het gelukkig wat op, zodat we konden genieten van een oud bouwwerk, een korte wandeling en het uitzicht. Seppo demonstreerde de rest van het gezelschap zijn nogal vreemde manier van brood smeren. Het kwam er op neer, dat er een hoop jam aan zijn mond bleef plakken: "Je bent een sjembek die zeurt ..." was zijn deel.

Op vrijdag gingen we de volgende berg gedwingen: de top van het Vitosha gebergte. Vanuit onze hotelkamer konden we het zien liggen en Fabian had gelezen dat het best te doen was. Dat was het natuurlijk ook, zeker voor ons. Met onze bergstappers aan gingen we stijl omhoog de wolken in. Echt mooi weer was het namelijk niet, onderweg kwamen we nog verse sneeuw tegen. De broodjes op de top smaakten prima!

Boogschieten
In ons hotel zaten een heleboel boogschutters die meededen aan de European Grand Prix. De naam zegt het al, er zaten een heleboel Japanners, Chinezen en Amerikaanse dames in ons hotel. Die laatste drie kwamen we een keer tegen in de lift. En hoe ging het, vroegen we. "I was second, they look forward to tomorrow", antwoordde Jenny Nichols, vorig jaar nog deelnemer aan de Olympische Spelen. Tja, Amerikanen en optimisme horen bij elkaar (die andere twee eindigden inderdaad ergens onderin). Tomorrow verging het ze trouwens niet veel beter, maar dat terzijde.

Op zaterdag was de finale en dat was een mooie gelegenheid om eens te gaan kijken. Na een uurtje zoeken vonden we het eindelijk en zagen we ook de reden waarom we daar heen waren gegaan: Joy Fahrenkrog (en de Franse dames natuurlijk). Ze was de beste van de drie, maar dan niet met boogschieten. Ze verloren uiteindelijk van de Britse dames (volledig te wijten aan Joy), maar voor ons Nederlanders ging het wel goed: het herenteam versloeg Japan in de finale en won de wedstrijd. We hebben nog een paar keer met de coach gepraat en hij had wel interessante verhalen te tappen.

Natuur
Zondag was het tijd om de stad te verlaten en naar Plovidv te rijden. Het was een mooie rit door de bergen en bij een bekend wintersport oord (waarvan ik de naam even niet weet) gingen we een wandeling maken. Ook hier deden we wat we al eerder in de auto hadden gedaan: Hazes nummers meeblèren, maar dan realtime vertaald in het Duits. Af en toe moest Fabian ons corrigeren, maar over het algemeen was het niveau meer dan behoorlijk. Wat te denken van: Kleiner Kerl, Der Flieger en Liebe Liebe Liebe?

Uiteraard praatten we ook nog even na over het leven in het algemeen en de boogschutsters van de vorige dag in het bijzonder. Het mondde uit in een wedstrijdje leeftijden raden: Fabian schreef onze prognoses op en Seppo belde Appie op om hem te laten zoeken naar de antwoorden. Na twee uur kwam Appie met het antwoord: hij had alleen de leeftijd van Jenny kunnen vinden en daar zat Ivo het dichtst bij. Van Joy Fahrenkrog kon hij niets vinden, terwijl zij nota bene een eigen website heeft: www.joyfahrenkrog.com!! Tjonge, wat een zoekmachine, dat Walhello.

Bapha
Na Plovidiv hadden we een lange rit voor de boeg naar Varna (BAPHA in het Bulgaars, vandaar die kop). 's Avonds kwamen we aan in Goldstrand, een soort Salou van Bulgarije. Vijf jaar geleden zaten de Pivo's daar al eens. De hotels bleken al volkomen volgeboekt, dus we waren bang, dat we iets van het spektakel zouden gaan missen. "Of we wàt hebben? Een kamer?", vroeg de receptioniste zelfs ergens. Het was alsof ze die vraag nog nooit had gehoord. Uiteindelijk konden we alleen nog terecht in het laatste hotel dat er was, toevallig hetzelfde hotel als 5 jaar geleden!

Na ons te hebben opgefrist (op zijn Frans, dus alleen met de deodorant gesprayed) gingen we op oorlogspad. Om de 10 meter kregen we een foldertje in onze handen gedrukt en om de 12,5 meter werden we bij een restaurant naar binnen getrokken. Het was nogal irritant, maar het was op zich wel leuk om de foldermeiskes een beetje te dissen. "Tonight black music", zeiden er velen. "We are not racists, but we don't like black music. We like rock music and metal". Ze geloofden ons vaak niet eens!

Eén kipje gaf ons volkomen gelijk, zelf hield ze ook meer van Children Of Bodom. Ze kwam uit Roemenië en probeerde het verschil uit te leggen tussen progressive death metal en melodic death metal. De ene gaat zo: whaaaladadatrawhaha en die andere meer van whaaaladalalalatrawhawaha. Begrijpt u?

Dian
De eerste avond gingen we dansen in de Bonkers. Heel leuk, maar op dinsdagavond gingen we naar Dian, een muzikant die liedjes zingt met een keyboard. Maar dan zonder keyboard en mét een gitaar. We kregen een mooie tafel vlak voor zijn neus en hij begon met een zeiknummer (Wonderful Tonight, of zoiets). Hmmm, dachten we, wordt het zo'n avond? Toen hoorden we uit het publiek opeens: "Enter de sandman, enter de sandman!" Was Jacco er ook? Nee, het kwam bij een groep Moldaviërs vandaan. Dian draaide er nogal omheen, maar uiteindelijk kwam Enter De Sandman gewoon! Rocken dat hij deed, op zijn kruk. We kochten een drankje voor hem en dat betaalde zich meer dan uit, want aan het eind speelde hij op ons verzoek nog effe Breaking The Law van Judas Priest. Zelden iemand zo zien rocken op een kruk als onze grote vriend Dian. Misschien wel het beste was, dat hij een Franse gast ging afzeiken. Die was nogal luidruchtig en ging een beetje hiphoppen op Whole Lotta Rosie. Dian sprak toen de legendarische woorden Frans tegen hem: "Poerkwa de kwa kwa kwa kwa". En nu opzouten!

Happy
Op woensdagochtend was het tijd om te vertrekken. Eerst nog langs een volstrekt oninteressant klooster geweest en 's middags lekker gegeten bij een Shell pompstation in niemandsland. De dochter van de baas gaf ons het menu in het Engels. Waarschijnlijk is dat ooit haar huiswerk geweest, wij konden de pogingen zeer waarderen (we wisten toch niet of het klopte).

's Avonds gingen we eten in de Bulgaarse variant van de MacDonalds (stond ergens in een boekje): de Happy Bar and Grill in Ruse, gelegen aan de Donau en grensplaats met Roemenië. Heerlijke salades, lekkere gerechten en de serveersters mochten er ook meer dan wezen. Vooral daar bleek wat het grote verschil is met Nederland: minder eten en meer peuken roken. Het doet wonderen voor het uitzicht van de gasten!

De trein
Op donderdag gingen we naar Bucaresti. We zouden met de trein gaan, maar Seppo wilde liever met de taxi, als die ons sneller kon brengen: we stonden namelijk om 10.00 uur op het station en de trein ging pas om 15.15 uur. We vonden een taxi en hij vertelde in het Engels dat het 60 euro zou kosten. Hij schreef het zelfs op zijn hand. Vonden we goed, dus we stapten in zijn Skoda in.

Via wat tussendoorwegen belandde onze chauffeur opeens bij een benzinestation en begon te bellen. Hij reed naar de overkant van de straat, stopte en zei: "Ik ga niet naar Bucarest, want ik hem slechts een Skoda. Mijn vriend heeft een Mercedes en die gaat er wel heen." Er stond een Mercedes van 20 jaar oud en een hele vage gast met een leren jasje stapte uit. Hij wilde niet 60 euro hebben, maar 160 leva, zeg maar 80 euro. "Ho ho", zei Ivo. "Die andere zei 60 en dat is geen 160 leva". "Ja, maar hij spreekt niet zo goed Engels en heeft het niet goed begrepen. Ik ga elke dag naar Bucarest en het kost 160 leva". We zagen ons al ergens in de Donau belanden, beroofd en onthoofd. Of dat hij opeens iets aan zijn auto had en geld nodig had om het te repareren. Daar hadden we natuurlijk niet zo'n zin in. We zijn toch maar teruggegaan naar het station, dat vonden ze niet eens erg. En nog gratis ook!

Toch konden we geen kaartjes kopen, want het was nog niet zeker of de trein wel zou komen. Na 14.00 uur mochten we terugkomen. Dat betekende nog ruim 3,5 uur wachten! Uiteindelijk zijn we maar weer naar de Happy gegaan om daar 3 uur te klaverjassen en de serveersters aan te staren.

Bucarest
Het duurde effe, maar uiteindelijk konden we kaartjes kopen voor de trein. Onze taxi-vrienden stonden ook op het station (kennelijk toch niet iedere dag naar Bucarest), maar ze waren niet onvriendelijk tegen ons. Bij de grens met Roemenië kwam er een ambtenaar langs die alle paspoorten ging controleren. In zijn eentje! Dat duurde dus 1,5 uur, in Roemenië ging het gelukkig wat sneller.

Nadat we een hotel hadden geregeld gingen we de stad in. Het was hier net zo'n chaos als in Sofia, al leek het iets meer gestructureerd te zijn. Zo stonden we bijvoorbeeld lijnen op de weg. Een ander verschil was, dat er bijna geen Lada's reden, maar Dacia's, een Roemeens merk.

Een groot gebouw
Vrijdagmiddag zou Seppo terugvliegen, dus hadden we één ochtend om de highlights af te vinken. We begonnen natuurlijk met het parlementsgebouw, het gebouw dat Ceaucescu had laten bouwen. We kregen een Engelstalige tour van Alexandra. Het gebouw zelf was behoorlijk indrukwekkend met een heleboel marmer en klatergoud. De gids wist heel veel (bijv. hoeveel schoonmakers het gebouw schoon houden, als antwoord op een vraag van een Amerikaanse ijsmuts), maar sommige dingen wist ze niet. Bijvoorbeeld waar de schilderijen vandaan kwamen ("Are they conviscated or are they bought at the market?", vroegen we). Ze zei ook, dat alles heel duur was (het goud, het roze marmer), terwijl wij juist dachten: duur? Het is toch pas duur als je er ook voor betaald hebt?

Anyway, Seppo ging weg en de rest bleef over om nog wat gebouwen af te vinken. Op zaterdag ging wij ook weg, terug naar Ruse. In de trein kwamen we nog een paar Finnen tegen die aan het Interrailen waren vanuit Talinn. Ze waren niet echt goed voorbereid: ze wisten niet waar het Ceaucescu-gebouw in Bucarest was, hoe het Cyrillische schrift in elkaar zat etc. Raar volk, die Finnen.

Grotten
Op zaterdagavond hebben we weer ruim 3,5 uur bij de Happy in Ruse gezeten en genoten van de bediening door Ludmilla en Ani. Erg leuk allemaal en het water was er ook lekker. Op zondag reden we terug naar Sofia via een gebergte ten noorden van de stad. Daar pikten we ook nog even een grot mee. We waren niet helemaal goed voorbereid, want de rondleiding was in het Bulgaars en het was er iets van 8 graden. Uiteraard stonden we gewoon in een korte broek en t-shirt daar. Aan het einde van de rondleiding wilde iedereen naar buiten, maar de gids was nog ergens anders om iets te vertellen en het hek was dicht. Iedereen kreeg het koud en enkele dames die wat ouder waren begonnen te zingen. Waarschijnlijk communistische strijdliederen, want de jongeren kenden ze ook niet. Gelukkig kwam de gids na een half uurtje pissig aangelopen en deed de deur open. De warme zon en de lach op de gezichten van de mooie dames buiten deed ons weer opwarmen (vooral Fabian)!

Laatste dagen
De laatste 2 nachten verbleven we weer in ons stamhotel. Uiteraard meteen een massage geregeld. Dat lukte, maar ze had het wel druk met het voetbalteam van Luton Town, dat een toernooi speelde in de stad. We spraken ook nog een Nederlandse vrouw, maar die had niet echt veel te melden (net als wij trouwens).

Op maandag gingen we nog even de stad in om te shoppen. De Pivo's waren al diverse malen aangesproken op hun Levski Sofia petje, iedereen was namelijk voor CSKA Sofia, de communisten club. Een ober vertelde ons in het Frans waar we dan iets van hun helden konden kopen. Helaas bleek het winkeltje dicht te zijn. De man die eigenlijk bij het basketbal hoorde ging even bellen en uiteindelijk kwam er iemand die, speciaal voor ons, de winkel opende! We moesten dus wel iets kopen en kochten maar een t-shirt, een muismatje en een pen. We waren zeer onder de indruk van zoveel gastvrijheid, of hoe je het ook wilt noemen. Ze moesten wel, want Ivo dreigde anders om zijn Levski petje op te houden en dat vonden ze natuurlijk ook niet echt leuk.

Naar huis
Op dinsdag gingen we naar huis. Na twee weken rondtoeren door Bulgarije was het daar ook wel tijd voor. We vlogen via Praag en we hadden 5 kwartier overstaptijd. Het vliegtuig in Sofia had echter al een uur vertraging en het bericht in het vlieguig, vlak voor het landen in Praag, was ook niet echt hoopgevend: "Willen de passagiers voor Amsterdam zich melden bij de Informatie Desk". Fabian vond het de moeite waard om even een sprintje te trekken op het vliegveld, hij had geen zin om nog een nachtje in Praag te moeten blijven. We sprinten het vliegtuig uit in de richting van het vliegtuig naar Amsterdam. Ze stonden er nog en we mochten nog instappen ook! We hadden geen idee of onze bagage zou aankomen, maar dat zouden we wel zien. Uiteindelijk kwam onze bagage zelfs als een van de eerste aan! Tjonge, de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Conclusies
- Bulgarije is een mooi land met mooie bergen, bossen en zonnebloemvelden.
- De banken zijn er langer open dan hier.
- Goldstrand was best wel erg, al heeft Dian die twee dagen tot een hoogtepunt gespeeld.
- De vrouwen zijn daar meer dan de moeite waard, als je van donker houdt (en een peukenlucht uit hun bakkes).
- De mensen zijn veel minder schraal dan verwacht, op de taxi chauffeurs na natuurlijk.