Vakantie Fabian, Ivo H, Pim en Seppo 2006: Canada en the USA

Waar de bovenstaande heren voorheen direct na de MPM op trainingskamp gingen voor de rest van het seizoen, was het dit jaar iets anders. Ten eerste klinkt het volstrekt ongeloofwaardig dat we nog op trainingskamp zouden hoeven, want na 21 jaar atletiek hoef je ons echt niets meer te vertellen. Daarnaast kon Ivo niet in juli en Fabian niet in augustus en dus werd het september.

Ieder begin is moeilijk
Twee dagen na de Marathon van de Haarlemmermeer vlogen we naar Vancouver. Fabian had daadwerkelijk de marathon gelopen en was nog wat ziekjes. Hetzelfde gold eigenlijk voor de andere knaapjes, al hadden die de 10km gelopen (Pim en SP) of zelfs helemaal niet (Ivo).

Het was nogal een lange vlucht van ruim 9 uur en enigszins brak kwamen we aan. Eerst gingen we de huurauto ophalen bij Budget. Onze reservering was iets van 750 CAD, maar omdat we niet uit Canada kwamen, er met vier personen in wilden rijden, de auto vier ronde wielen én een reservewiel had werd de prijs meer dan verdubbeld. Veel keus hadden we niet, want elders was het niet goedkoper.

Op naar ons eerste motel. Eerst even wat geld pinnen (800 CAD in briefjes van 20, stop dat maar eens in je portomonnee!) en daarna vroeg naar bed. Zelf kan ik daar absoluut niet tegen, dus om 1.00 uur werd ik wakker. Gelukkig werd dat de komende dagen steeds iets later. Wel waren we de eerste dagen nog wat ziek, maar dat mocht de pret natuurlijk niet drukken!

Mallorca aan de Rockies
Vantevoren hadden we een reisplan uitgedokterd met de hoogtepunten van West-Canada. De eerste stopplaats werd ons aanbevolen door Denise: Pentincton. "Kun je lekker zwemmen enzo", maar zij was er in juli en wij in september. Er was geen hond! Toch was het er best leuk en konden de Pivo's hun debuut maken in de Wal-Mart.

Overigens waren we eerst nog langs het plaatje Hope gereden, bekend van Sylvester Stallone's First Blood. Ik ken die film niet, maar als het plaatsje representatief is voor de film, dan zou ik zeggen: die hoeft u niet te downloaden.

De volgende dag reden we door naar Revelstoke. Bovenop een berg hebben we een wandelingetje gemaakt, alsmede wat broodjes met chocopasta gegeten. Onderweg naar boven kwamen we ons eerste wilde beest tegen: een vogel! Hij was vrij groot en volgens mij was het een kalkoengier, een echte lillekerd! Maar wel cool. 's Avonds probeerden we alvast te wennen aan de Amerikaanse traditie door in een Sportsbar een hamburger te eten en American Football te kijken (hoezo, er waren geen mooie vrouwen in Canada, Jacco?).

Japanse toeristen
Intussen was het alweer vrijdag en gingen we op weg naar ons eerste echte vinkpunt: Banff. Eerst natuurlijk nog langs een spiegelend meertje (we waren eigenlijk net te laat, echt spiegelen deed het niet meer) in Yoho National Park en de Tanakakkaw waterval. 's Avonds kwamen we aan in het prachtige Banff en het viel ons eigenlijk direct op: het was er vrij toeristisch. Veel Japanners, zeg maar gerust enorm veel Japanners.

We gingen, naar goede traditie, even een biertje doen in een lokaal etablissement. Bij de pooltafel kwamen twee lokale kipjes staan en deden enorm hun best op het 'pool'-spel. Ze konden er geen hout van, maar hun pogingen de aandacht van het mannelijke publiek te trekken waren zeer vermakelijk.

De volgende ochtend gingen we met een Gondola (een soort skilift) naar de top van Mount Sulfer. Daar wachtte een enorme teleurstelling. We dachten daar een wandelingetje te kunnen maken, maar er was alleen een kort pad aangelegd van houten planken waarop enorm veel Japanners hun fotootjes stonden te shooten. Tjonge, wat een circus was het daar.

Om hiervan bij te komen gingen we 's middags mountainbiken. Het was een zeer mooi parcours over een stenen pad waar je maar weinig mensen (Japanners) tegenkwam. Het bleek, dat Pim het bergklassement had gewonnen en dat Ivo bergop lopend harder ging dan fietsend. We eindigden bij een golfbaan die een van de mooiste ter wereld is! Helaas geen ballen gevonden.

Wild at heart
Allemaal leuk en aardig, maar we kwamen natuurlijk ook om wat wild te spotten. En dat spotten moet je natuurlijk wel kunnen bewijzen, anders gelooft niemand je. "Er stond opeens een beer, op zijn achterpoten midden op de weg, maar toen ik mijn camera pakte, was hij al weg". Niemand gelooft natuurlijk zulke verhalen.

We namen om 6.00 uur de berenweg, van Banff naar Lake Louise. Met 20 km/u reden door het donker en zagen helemaal niets! Na een uurtje zag Fabian (toch handig, iemand met goede ogen) een wolf. Ivo zette hem op de foto, maar echt duidelijk was het niet. Later bleek het ook geen wolf, maar een coyote te zijn. Maar het eerste dier was gespot! Iets later zagen we twee hertjes, maar echt spannend waren die ook niet (met alle respect).

We werden ingehaald door een vrachtwagen, althans zo leek het in de spiegel. Het bleek een camper te zijn met lampen een meter of drie boven de grond. Na een tijdje zagen we die camper opeens stilstaan langs de weg. Meteen waren we alert en keken in de bosjes. En wat zagen we? Twee grizzlies! Ze waren lekker besjes aan het eten en stoorden zich totaal niet aan de 5 auto's die met ze meereden. Het was nog steeds redelijk donker en veel tijd om een echt goede foto's te nemen hadden we ook niet. Na een minuut of tien was het feest afgelopen en vertrokken de beren. Hun nachtdienst zat erop en wij reden weer verder.

Enkele meren
Na de berenshow reden we verder naar Lake Louise. Dit schijnt het meest gefotografeerde meer ter wereld te zijn en er staat ook een soort van kasteelachtig hotel naast. Om eerlijk te zijn, viel het ons nogal tegen, al waren er gelukkig wel weer busladingen toeristen. We reden maar snel verder naar het volgende meer: Moraine Lake. Dit was een veel mooier meer, vooral van bovenop de rotsen.

We wilden graag een wandeling maken naar een ander meer, maar daarvoor was het verplicht om met minstens 6 personen in een groep te lopen. Kleinere groepen konden worden aangevallen door beren en vanaf 6 was dat wettelijk niet toegestaan. Gelukkig wilden Karen en Dave, twee Amerikanen uit Denver, ook mee. Het waren aardige mensen en na een uurtje kwamen we bij Consolation Lake. Een heel mooi meertje waar het maar weinig waaide, dus het spiegelde mooi. Anders was je natuurlijk voor niets gekomen! Later begon het toch wat te waaien, niet genoeg om te gaan varen, maar wel genoeg om je foto te doen mislukken. Maar wij hadden natuurlijk wel al mooie foto's!

Alsof het nog niet genoeg was gingen we na deze wandeling nog langs Peyto Lake. Daar moest je in de rij staan om een foto te nemen, tenzij je een loopje van 10 minuten de berg op maakte, daar was bijna niemand. Een schitterend uitzicht en een dito meer!

Deze zondag was nog lang niet ten einde, want het einddoel was Jasper. Het is ruim 200 kilometer tussen Banff en Jasper, maar er liggen geen plaatsen tussen. Omat we er toch langskwamen, gingen we nog even langs een gletsjes en daarna naar Jasper. Met wat moeite vonden we een slaapplaats in de herberg en na zo'n lange dag was het goed slapen.

Patriot Day
Op 9/11 ("We'll never forget!") gingen we weer wat standaard dingen afvinken, zoals Maligne Lake (een meer met daarin de meest gefotografeerde bomen ter wereld) en de Athubusca waterval. Heel spannend, maar beter werd het toen we op weg waren naar Miette Hotsprings. Fabian zag opeens ergens op een berg een zwarte beer! Het was jammer, dat die berg nogal ver weg was, maar op sommige foto's lijkt het, met wat fantasie, toch wel op een beer. Dat was onze derde beer al, dat schoot aardig op.

Eigenlijk wilden we overnachten bij de Hotsprings, maar daar was de herberg wel vol. We moesten dus maar de bergen uit en alvast op weg gaan naar Edmonton. Bij de eerste de beste noemenswaardige plaats stopten we en Ivo en SP probeerden een motel te regelen. Eigenlijk had die mevrouw niets, maar omdat het voor maar één nacht was konden we wel een huis huren. Dit huis was fantastisch met 4 slaapkamers en twee woonkamers. Eentje had een werkelijk enorm grote tv, een beamer-achtig iets. We moesten alleen even de code van het slot op het huis onthouden, maar dat was niet zo moeilijk: 9115. Voor de wat langzameren onder u: het was 9/11, 5 jaar later ...

Platteland
De volgende dag gingen we naar Edmonton om te shoppen in de grootste mall ter wereld. En groot was het! Fabian kocht enorm veel onzinnige troep (t-shirts, hoodies (trui met een muts), tassen) en SP eigenlijk ook. Het was een zeer vermoeiende dag, dat slenteren zijn we natuurlijk niet gewend.

's Avonds begon het nog te onweren en in een poging het beter te zien gingen we het dorp, waar we een motel hadden geboekt, uit en gingen op een landweggetje staan kijken. Het was zeer indrukwekkend en SP maakte een paar foto's: 340 stuks!! Uiteindelijk heeft hij er twee bewaard en zelfs die zijn niet echt geweldig. Onweer fotograferen is nog moeilijker dan een beer op de gevoelige plaat zetten. In ieder geval als je niet weet hoe je het moet doen.

De volgende dag gingen we op weg naar een soort van dinosaurus-achtig park bij Drumheller. Het regende de hele dag en het was, mede daardoor, niet echt interessant. Gelukkig kwamen we 's middags aan in Calgary om even bij de schaatsbaan te kijken. Dat was op zich best leuk, maar het lunchen daarna in de Foodcourt van de universiteit van Calgary was veel leuker. Daarna nog even wat shirtjes gekocht in de boekenwinkel en we konden weer verder.

Weer een beer
We hadden overnacht in Canmore, niet ver van Banff. We hadden besloten om nog een keer de berenroute te rijden, alleen nu iets later, in de hoop ook daadwerkelijk iets te zien. Het begon met een coyote in de straten van Canmore die we, in een poging tot een foto, flink opjaagden, maar uiteindelijk ging hij er vandoor. En we hadden niet eens een goede foto!

De echte tocht begon weer erg matig. Behalve wat vogels zagen we niets. We zaten weer in dezelfde positie in de auto als de vorige keer en na een tijdje bleek dat toch geluk te brengen. Ik was al bijna in slaap gevallen, toen SP opeens riep: "Een beer!" En inderdaad, een beer met maar liefst drie kleintjes! Natuurlijk shotten met de camera dat het een lieve aard had (of is het was?), ze waren ze nu ook iets beter dan de vorige keer. Nadat de beertjes in het bos waren verdwenen kwam een auto langs om te vragen wat we gezien hadden. "Een moeder met drie kleintjes!", riepen we enthousiast. Ja, ja, zag je die kerel denken. Hij was zelf dus gewoon te laat!

Na de beren gingen we nog even kijken hoe Moraine Lake erbij lag, en het zag er weer prachtig uit. We maakten een wandelingetje, maar omdat het zo enorm koud was besloten Ivo en SP een fleece-hoodie te kopen met Moraine Lake Canada erop. Beetje toeristisch, maar wel lekker warm!

Weer geen beer
We overnachtten in Fernie. Bij het ontbijt de volgende ochtend besloten we een wandelingetje te maken. De receptionist van het motel vertelde nog een mooi verhaal over een beer die hij was tegengekomen. "Die beer zat lekker bessen te eten, dat vinden ze echt heerlijk. Hij zat op een rots, maar opeens verloor hij zijn evenwicht en viel eraf. Beschaamd keek hij snel om zich heen om te zien of niemand het had gezien. Wij wel dus!"

In het gebied schenen 16.000 zwarte beren en 1200 grizzlies te zitten, maar het is ons toch gelukt om niets te zien. Alleen wat berenpoep, maar dat telt natuurlijk niet. Bovenop de berg had het nogal gesneeuwd wat mooie foto's voor onze kerstkaarten opleverde. Wel zagen we nog wat pootafdrukken in het sneeuw van een ons onbekend beest. Terug bij de auto gingen we ons even opwarmen in een blokhut met een soepje/warme chocomel en we lieten de afdruk zien aan de serveerster. "Maybe a cougar, hi hi hi", zei ze. We geloofden haar op haar bruine ogen, maar namen het niet echt aan. De kans op een cougar (poema) leek ons niet echt groot, want die zie je dus echt niet veel.

Nu weer wel een beer
We reden verder naar Waterton en overnachtten daar. Eerst reden we nog even een 'berenweg' af, maar we zagen echt helemaal niets (we zaten ook niet in 'berenpositie'). We vroegen aan de mevrouw van ons motel waar de beren zaten en ze wees de bergen aan waar we al geweest waren. De volgende ochtend gingen we weer op tijd weg (nu wel in 'berenpositie'), in de hoop weer wat te kunnen shotten. We kwamen bij de bewuste bergen (het waren er maar twee), maar we zagen eigenlijk niets. Maar opeens zagen we een bewegende boom/steen: een zwarte beer! Nu beduidend dichterbij dan de vorige keer, maar door het weinige licht wederom moeilijk te fotograferen. Iets later zagen we er nog een. Ook kwam er weer een auto bij ons staan. "We zagen twee zwarte beren, maar ze zijn nu weer in het bos verdwenen", maar hij leek ons niet echt te geloven. Die kerel was nog geen 100 meter weg of we zagen weer twee nieuwe zwarte beren! Niemand gelooft ons, maar zodra ze weg gaan komen ze allemaal weer tevoorschijn. Ook deze foto's waren niet wat je noemt haarscherp, maar wel geloofwaardig. Dat waren intussen al 11 beren.

Na deze mooie ochtend (het was intussen al bijna half negen), gingen we nog even langs het bizonpark. Deze foto's waren natuurlijk wel scherp, maar die beesten leven dan ook alleen nog in parken waar ze niet kunnen vluchten voor ons.

Zero tolerance policy against terrorists
Het was tijd geworden om de grens met de USA over te steken. We mochten zomaar even binnen komen bij de grenswachters om ons op te warmen. Ook mochten we vertellen wat we dachten te komen doen in hun land. Gelukkig wist Fabian dat precies ("Een beetje rondrijden richting Seattle"). Er hing een mooie foto van president Bush en Cheney, krachtige slogans ("9/11 We'll never forget") en waarschuwingen ("We got a zero tolerance policy against terrorists"). We voelden ons in ieder geval zeer welkom.

We waren aangekomen in de staat Montana en de eerste kilometers (die intussen mijlen waren geworden) was er niet echt veel te zien. Hier en daar woonden wat mensen en twee uur later stopten we voor onze eerste Amerikaanse hamburger. Tjonge, wat was die lekker! Uiteindelijk reden we helemaal door naar Kalispell.

Aangezien het intussen zaterdag was moest er 's avonds natuurlijk iets leuks gedaan worden. We werden verwezen naar een karaokebar. Alle rednecks van de stad waren daar verzameld en zongen gepassioneerd de mooiste country-nummers. We dachten, dat je alleen mocht zingen als je dat ook een beetje kon, maar de versie van Iron Man van één van de cowboys was niet om aan te horen. Daarna kwam ook opeens de lokale Jacco een duit in het zakje doen door Enter de Sandman te 'zingen'! Het was alsof we weer thuis waren. En hoewel we Moby bij ons hadden, wilde hij niet gaan zingen, tenzij ze Andre Hazes hadden. En dat hadden ze dus niet!
Volgens Fabian moest je in die bar ook niet naar de verkeerde vrouw kijken, anders werd je "met je reet naar voren die tent uitgelazerd", en daar hadden we niet zo'n zin aan.

Uren in de auto
De volgende dag gingen we weer verder, want er was nog veel meer te zien. Seppo en Fabian hadden het idee opgevat om naar een of andere canyon te rijden en een uitkijkpunt, omdat de naam 'cool' was (iets met Devil). Dat was een omweg van een kilometer of 300. Gelukkig zagen we onderweg opeens een high school rodeowedstrijd waar we een uurtje hebben gekeken. Dat is weer eens wat anders dan een voetbalwedstrijd. Een jongen viel nog heel hard van zijn stier, plat op zijn gezicht. Au!

Hierna gingen we nog langs een bizonpark. Echt heel interessant was het niet, maar we deden er wel behoorlijk lang over. We hadden daardoor geen tijd meer om naar de canyon te gaan! We reden direct door de bergen naar Orofino om te overnachten. "Zijn jullie hier voor de Lumberjack Days?", vroeg de receptioniste. "De wat?", vroegen wij. Het bleek, dat het afgelopen weekend de Lumberjack Days waren met wedstrijden boomzagen (met een kettingzaag) en andere toffe dingen. Helaas waren we net te laat!

Moscow, Idaho
Intussen waren we alweer in Idaho en wat is daar het hoogtepunt van? Inderdaad, de universiteit van Moscow! Eerst gingen we even naar de atletiekbaan en zoals coach Ozzy al wist: Dan O'Brian heeft daar getraind! Het trainingscomplex is dan ook naar hem vernoemd. Een beetje aftands was het wel, maar we hebben er natuurlijk wel nog even getraind.

Hierna gingen we naar de universiteit zelf om wat te eten en daarna wat shirtjes te kopen in de boekenwinkel. De campus daar is precies zoals in de film: grote huizen van studentenverenigingen met namen als Lambda Lambda Lambda, Phi Gamma Delta etc. Gewoon drie Griekse letters in willekeurige volgorde en je hebt weer een naam. Helaas geen fotootje gemaakt van zo'n huis, maar wel een petje gekocht van de Vandals Track & Field. Hierna nog even gevoetbald en daar bleek het volgende: Fabian kan echt niet voetballen, maar hij scoorde wel als enige met zijn hoofd en Pim scoorde met een omhaal, met zijn linkervoet (vooruit, scheenbeen)!

Na het sporten gingen we nog even shoppen. Het was alsof je met vrouwen was, want het duurde nogal lang en er werd echt van alles ingeslagen: broeken, t-shirts, handschoenen, tassen, jassen. Alsof we de Siberische winter moesten overleven.

Na alles in de auto te hebben gepropt gingen we weer op weg. We eindigden bij Three Cities (we waren in de staat Washington). Deze drie steden (Wij sliepen in Pasco) waren gebouwd voor het personeel van de bedrijven die zich met atoomenergie atoombommen bezighielden, tot in de jaren 80 ofzo. Echt schoon was het er niet, gelukkig had Seppo zijn geigerteller niet mee, anders hadden we nog geweten hoeveel straling we daar opliepen.

's Avonds gingen we natuurlijk weer even shoppen in een Big-K en daar vroeg een vrouw die leek op de moeder van Snoop Doggy Dogg of we (Pivo's en SP) een drieling waren. Volgens Ivo niet, omdat Seppo een andere moeder heeft. De Pivo's waren intussen een verzameling begonnen van de State Quarters. Elke staat brengt een eigen kwartje uit met iets wat representatief voor die staat is. Zo staat op die van Indiana een raceauto en op die van Florida een spaceshuttle. Dat ze die spaarden was nog tot daar aan toe, maar die verzameldrift leidde ertoe, dat ze bij iedere kassa om kwartjes gingen vragen, omdat ze graag een State quarter wilde die ze nog niet hadden. Hele rijen werden zo gevormd voor de kassa, genant gewoon! Het leverde wel uiteindelijk iets van 35 verschillende kwartjes op, dus wie had er nou gelijk?

Een beetje mistig
De volgende dag gingen naar een hele hoge berg, iets van 4391 meter hoog. Helaas hebben we de top niet gezien, omdat het nogal slecht weer was. Wel zagen we een hoop herten en een waterval. We hadden ook aan een lokale parkwachter gevraagd of ze die pootafdruk uit Fernie kon determineren. Na haar collega's geraadpleegd te hebben, was het oordeel: "Bobcat". Helaas geen cougar, maar een kleinere versie. We kregen ook nog een tip mee: de volgende keer iets ernaast leggen, om de grootte van de afdruk in perspectief te plaatsen. Dan is het ook makkelijker te raden wat het zou kunnen zijn. Dus mensen: neem altijd een geodriehoek mee als je pootafdrukken gaat fotograferen!

Aan het eind van de dag, na een motel te hebben gevonden, gingen we weer even shoppen. Na afloop puilde de
auto uit van de troep die we gekocht hadden. Behalve kleding waren er ook bepaalde gasten (ik noem geen namen, maar hun broer was niet mee) die echte onzinnige zooi hadden gekocht, zoals extra (enorm grote) sporttassen, stoelen met de Amerikaanse vlag erop en andere Patriot Gear. Waar Ivo een kledingwinkel inging, gingen de anderen een Dollar winkel binnen om er met zweetbandjes, stickers en 'Support our troop'-magneten uit te komen. En dat allemaal met de Amerikaanse vlag erop! In Nederland wordt je meteen voor een extreem-rechtse nazi uitgemaakt als je iets hebt met een Nederlands vlaggetje erop, in Amerika juist voor een linkse communist als je dat niet hebt.

Seattle: en het regende
Het schijnt nogal veel te regenen in Seattle en dat was ook het geval toen wij de volgende dag naar de dierentuin gingen. Na twee uurtjes te hebben rondgebanjerd (en nog steeds geen eland gezien te hebben) gingen we verder naar een volgende hoogtepunt van de vakantie: de Boeing fabriek! We kregen een rondleiding van iemand die grapjes maakte en er zelf maar om lachte, want echt grappig waren ze niet. De Pivo's vonden het vrij oninteressant allemaal en toen iemand vroeg: "You must be bored to death", antwoordde Ivo dan ook. "Absolutely!". Die man had de vraag alleen wel aan zijn vrouw gesteld ...

De voorlaatste dag gingen we met een boot naar Orcas Island. Het zou kunnen, dat er Orca's zitten, maar wij hebben ze niet gezien. Het hoofddorp van dat eiland ligt, merkwaardig genoeg, niet bij de haven maar een kilometer of 10 verderop. We huurden fietsen en fietsten erheen. Ondanks dat het een klein eiland is en er maar één echt dorp is (dat werkelijk enorm toeristisch is), reed er behoorlijk veel verkeer.
In het dorp maakten we een korte stop en gingen even bij de zee staan. Daar zagen we zomaar wilde zeesterren, oranje, bruine en paarse. How cool is that?

De laatste teleurstelling
Nadat we weer op het vaste land waren reden we richting de grens. Maar we (op Fabian na, die vond dat hij nu wel genoeg troep had) wilden eigenlijk eerst nog even een Big-K binnen om nog wat laatste caps en shirtjes te kopen. Maar wat was de teleurstelling groot; ze hadden eigenlijk helemaal niet zoveel leuke dingen! Zwaar teleurgesteld en met maar een paar items reden we richting de Canadese grens. Zonder moeite mochten we het land binnen en gingen we naar ons laatste motel.

De volgende ochtend begon daar de grootste uitdaging: alle troep moest weer in de koffers en tassen gepropt worden. Met wat moeite lukte het en bleken we zelfs wat ruimte over te hebben. Konden we weer wat kopen!

Vancouver en naar huis
De laatste dag gingen we naar Vancouver. Na al dat platteland leek dit wel een wereldstad. Natuurlijk even in de toren geweest voor het uitzicht en daarna nog even op het strand hip gedaan. Het schijnt namelijk een enorm hippe stad te zijn en in zo'n omgeving voelen wij ons natuurlijk wel thuis! Op het strand kwamen we nog vrij makkelijk van onze voetbal af door het aan een gezin met drie jongetjes te geven en toen moesten we echt naar het vliegveld om weer naar huis te gaan.

Fabian kwam opeens op een idee: je kon namelijk betaalde belasting op bepaalde goederen terugvragen. We vulden allemaal de formulieren in, maar omdat we niet alle rekeningen hadden bewaard (we wisten dit namelijk niet), viel het nogal tegen welk bedrag we terugkregen: van 6 CAD (4 euro) voor Ivo tot 15 CAD (10 euro) voor Fabian. Stelletje Hollanders!

Conclusies
- Canada lijkt veel meer op Amerika dan ze zouden willen (toegeven).
- Als je een spiegelend meertje wilt fotograferen, dan moet je wel een beetje vroeg opstaan. Anders ben je dus gewoon te laat!
- De Canadese meren zijn heel mooi, maar echt verschrikkelijk toeristisch.
- Beren vinden krabbetjes echt heerlijk!
- Amerikanen rijden heel netjes en rustig. Dat zou je niet verwachten als je die enorm grote auto's van ze ziet. Ze moeten ook wel een grote auto hebben, omdat die dikke reet er anders niet in past.
- Er zijn wèl mooie vrouwen in Canada, maar dan moet je wel je camping verlaten. Kijk gewoon eens op de universiteit of in een Sportsbar.
- 5400 Kilometer rijden in 18 dagen is toch wel vrij veel.
- Er past altijd veel meer in de kofferruimte van een auto dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Ook in je koffer trouwens ...