|
|
| |
Vakantie Fabian, Ivo H, Pim en Seppo 2006: Canada en
the USA
Waar de bovenstaande heren voorheen direct na de MPM op
trainingskamp gingen voor de rest van het seizoen, was
het dit jaar iets anders. Ten eerste klinkt het
volstrekt ongeloofwaardig dat we nog op trainingskamp
zouden hoeven, want na 21 jaar atletiek hoef je ons echt
niets meer te vertellen. Daarnaast kon Ivo niet in juli
en Fabian niet in augustus en dus werd het september.
Ieder begin is moeilijk Twee dagen na de Marathon van de Haarlemmermeer vlogen
we naar Vancouver. Fabian had daadwerkelijk de marathon
gelopen en was nog wat ziekjes. Hetzelfde gold eigenlijk
voor de andere knaapjes, al hadden die de 10km gelopen
(Pim en SP) of zelfs helemaal niet (Ivo).
Het was nogal een lange vlucht van ruim 9 uur en
enigszins brak kwamen we aan. Eerst gingen we de
huurauto ophalen bij Budget. Onze reservering was iets
van 750 CAD, maar omdat we niet uit Canada kwamen, er
met vier personen in wilden rijden, de auto vier ronde
wielen én een reservewiel had werd de prijs meer dan
verdubbeld. Veel keus hadden we niet, want elders was
het niet goedkoper.
Op naar ons eerste motel. Eerst even wat geld pinnen
(800 CAD in briefjes van 20, stop dat maar eens in je
portomonnee!) en daarna vroeg naar bed. Zelf kan ik daar
absoluut niet tegen, dus om 1.00 uur werd ik wakker.
Gelukkig werd dat de komende dagen steeds iets later.
Wel waren we de eerste dagen nog wat ziek, maar dat
mocht de pret natuurlijk niet drukken!
Mallorca aan de Rockies Vantevoren hadden we een reisplan uitgedokterd met de
hoogtepunten van West-Canada. De eerste stopplaats werd
ons aanbevolen door Denise:
Pentincton. "Kun je lekker zwemmen enzo", maar zij was
er in juli en wij in september. Er was geen hond! Toch
was het er best leuk en konden de Pivo's hun debuut
maken in de Wal-Mart.
Overigens waren we eerst nog langs het plaatje Hope
gereden, bekend van Sylvester Stallone's First Blood. Ik
ken die film niet, maar als het plaatsje representatief
is voor de film, dan zou ik zeggen: die hoeft u niet te
downloaden.
De volgende dag reden we door naar Revelstoke. Bovenop
een berg hebben we een wandelingetje gemaakt, alsmede
wat broodjes met chocopasta gegeten. Onderweg naar boven
kwamen we ons eerste wilde beest tegen: een vogel! Hij
was vrij groot en volgens mij was het een kalkoengier,
een echte lillekerd! Maar wel cool. 's Avonds
probeerden we alvast te wennen aan de Amerikaanse
traditie door in een Sportsbar een hamburger te eten en
American Football te kijken (hoezo, er waren geen mooie vrouwen in
Canada, Jacco?).
Japanse toeristen Intussen was het alweer vrijdag en gingen we op weg naar
ons eerste echte vinkpunt: Banff. Eerst natuurlijk nog
langs een spiegelend meertje (we waren eigenlijk net te
laat, echt spiegelen deed het niet meer) in Yoho
National Park en de Tanakakkaw waterval. 's Avonds
kwamen we aan in het prachtige Banff en het viel ons
eigenlijk direct op: het was er vrij toeristisch. Veel
Japanners, zeg maar gerust enorm veel Japanners.
We gingen, naar goede traditie, even een biertje doen in
een lokaal etablissement. Bij de pooltafel kwamen twee
lokale kipjes staan en deden enorm hun best op het
'pool'-spel. Ze konden er geen hout van, maar hun
pogingen de aandacht van het mannelijke publiek te
trekken waren
zeer vermakelijk.
De volgende ochtend gingen we met een Gondola (een soort
skilift) naar de top van Mount Sulfer. Daar wachtte een
enorme teleurstelling. We dachten daar een wandelingetje
te kunnen maken, maar er was alleen een kort pad
aangelegd van houten planken waarop enorm veel Japanners
hun fotootjes stonden te shooten. Tjonge, wat een circus
was het daar.
Om hiervan bij te komen gingen we 's middags
mountainbiken. Het was een zeer mooi parcours over een
stenen pad waar je maar weinig mensen (Japanners)
tegenkwam. Het bleek, dat Pim het bergklassement had
gewonnen en dat Ivo bergop lopend harder ging dan
fietsend. We eindigden bij een golfbaan die een van de
mooiste ter wereld is! Helaas geen ballen gevonden.
Wild at heart Allemaal leuk en aardig, maar we kwamen natuurlijk ook
om wat wild te spotten. En dat spotten moet je
natuurlijk wel kunnen bewijzen, anders gelooft niemand
je. "Er stond opeens een beer, op zijn achterpoten
midden op de weg, maar toen ik mijn camera pakte, was
hij al weg". Niemand gelooft natuurlijk zulke verhalen.
We namen om 6.00 uur de berenweg, van Banff naar Lake
Louise. Met 20 km/u reden door het donker en zagen
helemaal niets! Na een uurtje zag Fabian (toch handig,
iemand met goede ogen) een wolf. Ivo zette hem op de
foto, maar echt duidelijk was het niet. Later bleek het
ook geen wolf, maar een coyote te zijn. Maar het eerste
dier was gespot! Iets later zagen we twee hertjes, maar
echt spannend waren die ook niet (met alle respect).
We werden ingehaald door een vrachtwagen, althans zo
leek het in de spiegel. Het bleek een camper te zijn met
lampen een meter of drie boven de grond. Na een tijdje
zagen we die camper opeens stilstaan langs de weg.
Meteen waren we alert en keken in de bosjes. En wat
zagen we? Twee grizzlies! Ze waren lekker besjes aan het
eten en stoorden zich totaal niet aan de 5 auto's die
met ze meereden. Het was nog steeds redelijk donker en
veel tijd om een echt goede foto's te nemen hadden we
ook niet. Na een minuut of tien was het feest
afgelopen en vertrokken de beren. Hun nachtdienst zat
erop en wij reden weer verder.
Enkele meren Na de berenshow reden we verder naar Lake Louise. Dit
schijnt het meest gefotografeerde meer ter wereld te
zijn en er staat ook een soort van kasteelachtig hotel
naast. Om eerlijk te zijn, viel het ons nogal tegen, al
waren er gelukkig wel weer busladingen toeristen. We
reden maar snel verder naar het volgende meer: Moraine
Lake. Dit was een veel mooier meer, vooral van bovenop
de rotsen.
We wilden graag een wandeling maken naar een ander meer,
maar daarvoor was het verplicht om met minstens 6
personen in een groep te lopen. Kleinere groepen konden
worden aangevallen door beren en vanaf 6 was dat
wettelijk niet toegestaan. Gelukkig wilden Karen en
Dave, twee Amerikanen uit Denver, ook mee. Het waren
aardige mensen en na een uurtje kwamen we bij
Consolation Lake. Een heel mooi meertje waar het maar
weinig waaide, dus het spiegelde mooi. Anders was je
natuurlijk voor niets gekomen! Later begon het toch wat
te waaien, niet genoeg om te gaan varen, maar wel genoeg
om je foto te doen mislukken. Maar wij hadden natuurlijk
wel al mooie foto's!
Alsof het nog niet genoeg was gingen we na deze
wandeling nog langs Peyto Lake. Daar moest je in de rij
staan om een foto te nemen, tenzij je een loopje van 10
minuten de berg op maakte, daar was bijna niemand. Een
schitterend uitzicht en een dito meer!
Deze zondag was nog lang niet ten einde, want het
einddoel was Jasper. Het is ruim 200 kilometer tussen
Banff en Jasper, maar er liggen geen plaatsen tussen.
Omat we er toch langskwamen, gingen we nog even langs
een gletsjes en daarna naar Jasper. Met
wat moeite vonden we een slaapplaats in de herberg en na
zo'n lange dag was het goed slapen.
Patriot Day Op 9/11 ("We'll never forget!") gingen we weer wat
standaard dingen afvinken, zoals Maligne Lake (een meer
met daarin de meest gefotografeerde bomen ter wereld) en
de Athubusca waterval. Heel spannend, maar beter werd
het toen we op weg waren naar Miette Hotsprings. Fabian
zag opeens ergens op een berg een zwarte beer! Het was
jammer, dat die berg nogal ver weg was, maar op sommige
foto's lijkt het, met wat fantasie, toch wel op een beer. Dat was onze
derde beer al, dat schoot aardig op.
Eigenlijk wilden we overnachten bij de Hotsprings, maar
daar was de herberg wel vol. We moesten dus maar de
bergen uit en alvast op weg gaan naar Edmonton. Bij de
eerste de beste noemenswaardige plaats stopten we en Ivo
en SP probeerden een motel te regelen. Eigenlijk had die
mevrouw niets, maar omdat het voor maar één nacht was
konden we wel een huis huren. Dit huis was fantastisch
met 4 slaapkamers en twee woonkamers. Eentje had een
werkelijk enorm grote tv, een beamer-achtig iets. We
moesten alleen even de code van het slot op het huis
onthouden, maar dat was niet zo moeilijk: 9115. Voor de
wat langzameren onder u: het was 9/11, 5 jaar later
...
Platteland De volgende dag gingen we naar Edmonton om te shoppen in
de grootste mall ter wereld. En groot was het! Fabian
kocht enorm veel onzinnige troep (t-shirts, hoodies
(trui met een muts),
tassen) en SP eigenlijk ook. Het was een zeer
vermoeiende dag, dat slenteren zijn we natuurlijk niet gewend.
's Avonds begon het nog te onweren en in een poging het
beter te zien gingen we het dorp, waar we een motel
hadden geboekt, uit en gingen op een landweggetje staan
kijken. Het was zeer indrukwekkend en SP maakte een paar
foto's: 340 stuks!! Uiteindelijk heeft hij er twee
bewaard en zelfs die zijn niet echt geweldig. Onweer
fotograferen is nog moeilijker dan een beer op de
gevoelige plaat zetten. In ieder geval als je niet weet
hoe je het moet doen.
De volgende dag gingen we op weg naar een soort van
dinosaurus-achtig park bij Drumheller. Het regende de
hele dag en het was, mede daardoor, niet echt
interessant. Gelukkig kwamen we 's middags aan in
Calgary om even bij de schaatsbaan te kijken. Dat was op
zich best leuk, maar het lunchen daarna in de Foodcourt
van de universiteit van Calgary was veel leuker. Daarna
nog even wat shirtjes gekocht in de boekenwinkel en we
konden weer verder.
Weer een beer We hadden overnacht in Canmore, niet ver van Banff. We
hadden besloten om nog een keer de berenroute te rijden,
alleen nu iets later, in de hoop ook daadwerkelijk iets
te zien. Het begon met een coyote in de straten van
Canmore die we, in een poging tot een foto, flink
opjaagden, maar uiteindelijk ging hij er vandoor. En we
hadden niet eens een goede foto!
De echte tocht begon weer erg matig. Behalve wat vogels
zagen we niets. We zaten weer in dezelfde positie in de
auto als de vorige keer en na een tijdje bleek dat toch
geluk te brengen. Ik was al bijna in slaap gevallen,
toen SP opeens riep: "Een beer!" En inderdaad, een beer
met maar liefst drie kleintjes! Natuurlijk shotten met
de camera dat het een lieve aard had (of is het was?), ze waren ze nu ook
iets beter dan de vorige keer. Nadat de beertjes in het
bos waren verdwenen kwam een auto langs om te vragen wat
we gezien hadden. "Een moeder met drie kleintjes!",
riepen we enthousiast. Ja, ja, zag je die kerel denken.
Hij was zelf dus gewoon te laat!
Na de beren gingen we nog even kijken hoe Moraine Lake
erbij lag, en het zag er weer prachtig uit. We maakten
een wandelingetje, maar omdat het zo enorm koud was
besloten Ivo en SP een fleece-hoodie te kopen met
Moraine Lake Canada erop. Beetje toeristisch, maar wel
lekker warm!
Weer
geen beer
We overnachtten in Fernie. Bij het ontbijt de volgende
ochtend besloten we een wandelingetje te maken. De
receptionist van het motel vertelde nog een mooi verhaal
over een beer die hij was tegengekomen. "Die beer zat
lekker bessen te eten, dat vinden ze echt heerlijk. Hij
zat op een rots, maar opeens verloor hij zijn evenwicht
en viel eraf. Beschaamd keek hij snel om zich heen om te
zien of niemand het had gezien. Wij wel dus!"
In het gebied schenen 16.000 zwarte beren en 1200
grizzlies te zitten, maar het is ons toch gelukt om
niets te zien. Alleen wat berenpoep, maar dat telt
natuurlijk niet. Bovenop de berg had het nogal gesneeuwd
wat mooie foto's voor onze kerstkaarten opleverde. Wel
zagen we nog wat pootafdrukken in het sneeuw van een ons
onbekend beest. Terug bij de auto gingen we ons even
opwarmen in een blokhut met een soepje/warme chocomel en
we lieten de afdruk zien aan de serveerster. "Maybe a
cougar, hi hi hi", zei ze. We geloofden haar op haar
bruine ogen, maar namen het niet echt aan. De kans op
een cougar (poema) leek ons niet echt groot, want die
zie je dus echt niet veel.
Nu weer wel een beer
We reden verder naar Waterton en overnachtten daar.
Eerst reden we nog even een 'berenweg' af, maar we zagen
echt helemaal niets (we zaten ook niet in
'berenpositie'). We vroegen aan de mevrouw van ons motel
waar de beren zaten en ze wees de bergen aan waar we al
geweest waren. De volgende ochtend gingen we weer op
tijd weg (nu wel in 'berenpositie'), in de hoop weer wat
te kunnen shotten. We kwamen bij de bewuste bergen (het
waren er maar twee), maar we zagen eigenlijk niets. Maar
opeens zagen we een bewegende boom/steen: een zwarte
beer! Nu beduidend dichterbij dan de vorige keer, maar
door het weinige licht wederom moeilijk te fotograferen.
Iets later zagen we er nog een. Ook kwam er weer een
auto bij ons staan. "We zagen twee zwarte beren, maar ze
zijn nu weer in het bos verdwenen", maar hij leek ons
niet echt te geloven. Die kerel was nog geen 100 meter
weg of we zagen weer twee nieuwe zwarte beren! Niemand
gelooft ons, maar zodra ze weg gaan komen ze allemaal
weer tevoorschijn. Ook deze foto's waren niet wat je
noemt haarscherp, maar wel geloofwaardig. Dat waren
intussen al 11 beren.
Na deze mooie ochtend (het was intussen al bijna half
negen), gingen we nog even langs het bizonpark. Deze
foto's waren natuurlijk wel scherp, maar die beesten
leven dan ook alleen nog in parken waar ze niet kunnen
vluchten voor ons.
Zero tolerance policy
against terrorists
Het was tijd geworden om de grens met de USA over te
steken. We mochten zomaar even binnen komen bij de
grenswachters om ons op te warmen. Ook mochten we
vertellen wat we dachten te komen doen in hun land.
Gelukkig wist Fabian dat precies ("Een beetje rondrijden
richting Seattle"). Er hing een mooie foto van president
Bush en Cheney, krachtige slogans ("9/11 We'll never
forget") en waarschuwingen ("We got a zero tolerance
policy against terrorists"). We voelden ons in ieder
geval zeer welkom.
We waren aangekomen in de staat Montana en de eerste
kilometers (die intussen mijlen waren geworden) was er
niet echt veel te zien. Hier en daar woonden wat mensen
en twee uur later stopten we voor onze eerste
Amerikaanse hamburger. Tjonge, wat was die lekker!
Uiteindelijk reden we helemaal door naar Kalispell.
Aangezien het intussen zaterdag was moest er 's avonds
natuurlijk iets leuks gedaan worden. We werden verwezen
naar een karaokebar. Alle rednecks van de stad waren
daar verzameld en zongen gepassioneerd de mooiste
country-nummers. We dachten, dat je alleen mocht zingen
als je dat ook een beetje kon, maar de versie van Iron
Man van één van de cowboys was niet om aan te horen.
Daarna kwam ook opeens de lokale Jacco een duit in het
zakje doen door Enter de Sandman te 'zingen'! Het was
alsof we weer thuis waren. En hoewel we Moby bij ons
hadden, wilde hij niet gaan zingen, tenzij ze Andre
Hazes hadden. En dat hadden ze dus niet!
Volgens Fabian moest je in die bar ook niet naar de
verkeerde vrouw kijken, anders werd je "met je reet naar
voren die tent uitgelazerd", en daar hadden we niet zo'n
zin aan.
Uren in de auto
De volgende dag gingen we weer verder, want er was nog
veel meer te zien. Seppo en Fabian hadden het idee
opgevat om naar een of andere canyon te rijden en een
uitkijkpunt, omdat de naam 'cool' was (iets met Devil).
Dat was een omweg van een kilometer of 300. Gelukkig
zagen we onderweg opeens een high school rodeowedstrijd
waar we een uurtje hebben gekeken. Dat is weer eens wat
anders dan een voetbalwedstrijd. Een jongen viel nog
heel hard van zijn stier, plat op zijn gezicht. Au!
Hierna gingen we nog langs een bizonpark. Echt heel
interessant was het niet, maar we deden er wel
behoorlijk lang over. We hadden daardoor geen tijd meer
om naar de canyon te gaan! We reden direct door de
bergen naar Orofino om te overnachten. "Zijn jullie hier
voor de Lumberjack Days?", vroeg de receptioniste. "De
wat?", vroegen wij. Het bleek, dat het afgelopen weekend
de Lumberjack Days waren met wedstrijden boomzagen (met
een kettingzaag) en andere toffe dingen. Helaas waren we
net te laat!
Moscow, Idaho
Intussen waren we alweer in Idaho en wat is daar het
hoogtepunt van? Inderdaad, de universiteit van Moscow!
Eerst gingen we even naar de atletiekbaan en zoals coach
Ozzy al wist: Dan O'Brian heeft daar getraind! Het
trainingscomplex is dan ook naar hem vernoemd. Een
beetje aftands was het wel, maar we hebben er natuurlijk
wel nog even getraind.
Hierna gingen we naar de universiteit zelf om wat te
eten en daarna wat shirtjes te kopen in de boekenwinkel.
De campus daar is precies zoals in de film: grote huizen
van studentenverenigingen met namen als Lambda Lambda
Lambda, Phi Gamma Delta etc. Gewoon drie Griekse letters
in willekeurige volgorde en je hebt weer een naam.
Helaas geen fotootje gemaakt van zo'n huis, maar wel een
petje gekocht van de Vandals Track & Field. Hierna nog
even gevoetbald en daar bleek het volgende: Fabian kan
echt niet voetballen, maar hij scoorde wel als enige met
zijn hoofd en Pim scoorde met een omhaal, met zijn
linkervoet (vooruit, scheenbeen)!
Na het sporten gingen we nog even shoppen. Het was alsof
je met vrouwen was, want het duurde nogal lang en er
werd echt van alles ingeslagen: broeken, t-shirts,
handschoenen, tassen, jassen. Alsof we de Siberische
winter moesten overleven.
Na alles in de auto te hebben gepropt gingen we weer op
weg. We eindigden bij Three Cities (we waren in de staat
Washington). Deze drie steden (Wij sliepen in Pasco)
waren gebouwd voor het personeel van de bedrijven die
zich met atoomenergie atoombommen bezighielden, tot in
de jaren 80 ofzo. Echt schoon was het er niet, gelukkig
had Seppo zijn geigerteller niet mee, anders hadden we
nog geweten hoeveel straling we daar opliepen.
's Avonds gingen we natuurlijk weer even shoppen in een
Big-K en daar vroeg een vrouw die leek op de moeder van
Snoop Doggy Dogg of we (Pivo's en SP) een drieling
waren. Volgens Ivo niet, omdat Seppo een andere moeder
heeft. De Pivo's waren intussen een verzameling begonnen
van de State Quarters. Elke staat brengt een eigen
kwartje uit met iets wat representatief voor die staat
is. Zo staat op die van Indiana een raceauto en op die
van Florida een spaceshuttle. Dat ze die spaarden was
nog tot daar aan toe, maar die verzameldrift leidde
ertoe, dat ze bij iedere kassa om kwartjes gingen
vragen, omdat ze graag een State quarter wilde die ze
nog niet hadden. Hele rijen werden zo gevormd voor de
kassa, genant gewoon! Het leverde wel uiteindelijk iets
van 35 verschillende kwartjes op, dus wie had er nou
gelijk?
Een beetje mistig
De volgende dag gingen naar een hele hoge berg, iets van
4391 meter hoog. Helaas hebben we de top niet gezien,
omdat het nogal slecht weer was. Wel zagen we een hoop
herten en een waterval. We hadden ook aan een lokale
parkwachter gevraagd of ze die pootafdruk uit Fernie kon
determineren. Na haar collega's geraadpleegd te hebben,
was het oordeel: "Bobcat". Helaas geen cougar, maar een
kleinere versie. We kregen ook nog een tip mee: de
volgende keer iets ernaast leggen, om de grootte van de
afdruk in perspectief te plaatsen. Dan is het ook
makkelijker te raden wat het zou kunnen zijn. Dus
mensen: neem altijd een geodriehoek mee als je
pootafdrukken gaat fotograferen!
Aan het eind van de dag, na een motel te hebben
gevonden, gingen we weer even shoppen. Na afloop puilde
de
auto uit van de troep die we gekocht
hadden. Behalve kleding waren er ook bepaalde gasten (ik
noem geen namen, maar hun broer was niet mee) die echte
onzinnige zooi hadden gekocht, zoals extra (enorm grote)
sporttassen, stoelen met de Amerikaanse vlag erop en
andere Patriot Gear. Waar Ivo een kledingwinkel inging,
gingen de anderen een Dollar winkel binnen om er met
zweetbandjes, stickers en 'Support our troop'-magneten
uit te komen. En dat allemaal met de Amerikaanse vlag
erop! In Nederland wordt je meteen voor een
extreem-rechtse nazi uitgemaakt als je iets hebt met een
Nederlands vlaggetje erop, in Amerika juist voor een
linkse communist als je dat niet hebt.
Seattle: en het regende
Het schijnt nogal veel te regenen in Seattle en dat was
ook het geval toen wij de volgende dag naar de
dierentuin gingen. Na twee uurtjes te hebben
rondgebanjerd (en nog steeds geen eland gezien te
hebben) gingen we verder naar een volgende hoogtepunt
van de vakantie: de Boeing fabriek! We kregen een
rondleiding van iemand die grapjes maakte en er zelf
maar om lachte, want echt grappig waren ze niet. De
Pivo's vonden het vrij oninteressant allemaal en toen
iemand vroeg: "You must be bored to death", antwoordde
Ivo dan ook. "Absolutely!". Die man had de vraag alleen
wel aan zijn vrouw gesteld ...
De voorlaatste dag gingen we met een boot naar Orcas
Island. Het zou kunnen, dat er Orca's zitten, maar wij
hebben ze niet gezien. Het hoofddorp van dat eiland
ligt, merkwaardig genoeg, niet bij de haven maar een
kilometer of 10 verderop. We huurden fietsen en fietsten
erheen. Ondanks dat het een klein eiland is en er maar
één echt dorp is (dat werkelijk enorm toeristisch is),
reed er behoorlijk veel verkeer.
In het dorp maakten we een korte stop en gingen even bij
de zee staan. Daar zagen we zomaar wilde zeesterren,
oranje, bruine en paarse. How cool is that?
De laatste teleurstelling
Nadat we weer op het vaste land waren reden we richting
de grens. Maar we (op Fabian na, die vond dat hij nu wel
genoeg troep had) wilden eigenlijk eerst nog even een
Big-K binnen om nog wat laatste caps en shirtjes te
kopen. Maar wat was de teleurstelling groot; ze hadden
eigenlijk helemaal niet zoveel leuke dingen! Zwaar
teleurgesteld en met maar een paar items reden we
richting de Canadese grens. Zonder moeite mochten we het
land binnen en gingen we naar ons laatste motel.
De volgende ochtend begon daar de grootste uitdaging:
alle troep moest weer in de koffers en tassen gepropt
worden. Met wat moeite lukte het en bleken we zelfs wat
ruimte over te hebben. Konden we weer wat kopen!
Vancouver en naar huis
De laatste dag gingen we naar Vancouver. Na al dat
platteland leek dit wel een wereldstad. Natuurlijk even
in de toren geweest voor het uitzicht en daarna nog even
op het strand hip gedaan. Het schijnt namelijk een enorm
hippe stad te zijn en in zo'n omgeving voelen wij ons
natuurlijk wel thuis! Op het strand kwamen we nog vrij
makkelijk van onze voetbal af door het aan een gezin met
drie jongetjes te geven en toen moesten we echt naar het
vliegveld om weer naar huis te gaan.
Fabian kwam opeens op een idee: je kon namelijk betaalde
belasting op bepaalde goederen terugvragen. We vulden
allemaal de formulieren in, maar omdat we niet alle
rekeningen hadden bewaard (we wisten dit namelijk niet),
viel het nogal tegen welk bedrag we terugkregen: van 6
CAD (4 euro) voor Ivo tot 15 CAD (10 euro) voor Fabian.
Stelletje Hollanders!
Conclusies
- Canada lijkt veel meer op Amerika dan ze zouden willen
(toegeven).
- Als je een spiegelend meertje wilt fotograferen, dan
moet je wel een beetje vroeg opstaan. Anders ben je dus
gewoon te laat!
- De Canadese meren zijn heel mooi, maar echt
verschrikkelijk toeristisch.
- Beren vinden krabbetjes echt heerlijk!
- Amerikanen rijden heel netjes en rustig. Dat zou je
niet verwachten als je die enorm grote auto's van ze
ziet. Ze moeten ook wel een grote auto hebben, omdat die
dikke reet er anders niet in past.
- Er zijn wèl mooie vrouwen in Canada, maar dan moet je
wel je camping verlaten. Kijk gewoon eens op de
universiteit of in een Sportsbar.
- 5400 Kilometer rijden in 18 dagen is toch wel vrij
veel.
- Er past altijd veel meer in de kofferruimte van een
auto dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Ook in je
koffer trouwens ...
|
|
|