Vakantie Fabian, Moby, Pim en Seppo 2007: Voormalig Joegoslavië, extended version

Vorig jaar dachten we, dat we geen trainingskamp meer hoefden te volgen, vanwege onze sporen die we reeds verdiend meenden te hebben. Dit jaar was dat eigenlijk ook zo, maar toch kon het geen kwaad om elders in Europa eens een kijkje te nemen hoe de jeugd aldaar traint. Kortom: Balkan, here we come!

Delen
De vakantie zou bestaan uit drie delen: eerst een weekje cruisen door Oostenrijk, Italië en Kroatië. Daarna zouden we een kijkje nemen in Albanië en de laatste week zouden we doorbrengen in Slovenië.

De eerste dag, donderdag 2 augustus, reden we naar de Weißwurstequator. Eerst stopten we in Ansbach (genoemd naar de vrouw van Johan Sebastian) voor een ijsje en we overnachtten in Weißenburg. Echt honger hadden we die avond niet, dus dachten we en lichte maaltijd te kunnen bestellen in een lokaal etablissement. De hostess nam snuivend onze bestelling op: één worstje met wat friet? Zo bont had ze het nog nooit gezien, ook niet vanwege de 'kleines Bier' die SP erbij wilde bestellen. We kregen het wel, maar van harte ging het niet. Om onze honger verder te stillen gingen we nog even een ijsje halen. Fabian wilde dolgraag een exotische smaak en dus bestelde hij After Eight Geschmack. Hij deed dit op zijn Duits, maar dan met een Engels accent. Als je wilt horen hoe dat klinkt, vraag dan maar of je de ringtoon van Moby mag horen ...

Duitstalig Italië
De volgende dag gingen we naar de Großglockner. Helaas was het nogal slecht weer, dus echt veel hebben we niet gezien. We eindigden in Toblach, Italië. De volgende dag stond de eerste bergetappe op het programma: een wandeling rond de Drei Zinnen (ik weet alleen de Italiaanse naam). Dit zijn drie rotsblokken ergens in de Dolomieten. We wisten niet wat we konden verwachten, maar dat er zoveel mensen zouden lopen hadden we zeker niet verwacht. Tot mensen met kinderwagens aan toe! Na een uurtje was je de meeste mensen wel kwijt, anders had die 5.15 uur durende wandeling nog langer aangevoeld. De omgeving was, het zij gezegd, indrukwekkend. 's Avonds hadden we, in theorie, de benen van de vloer kunnen laten gaan bij een feestavond een dorp verder (Innenich) alwaar een coverband speelde. Helaas waren we iets te moe, maar zittend hebben we natuurlijk luid meegebruld met alle schlagerhits die we kenden.

Het echte Italië
Wie het echte Italië eens wilt zien moet eens naar Venetië gaan. Seppo wilde niet, maar Fabian en Pim wilden het wel eens gezien hebben. Via Cortina D'Ampezzo (Winterspelen 1956) reden we naar de mooiste stad van de omgeving: Venetië. Het bleek er nogal druk te zijn, want er waren nog meer toeristen die hetzelfde idee hadden als wij. We parkeerden onze auto op het dak van een parkeergarage alwaar we onze autosleutel moesten achterlaten. Ze deden niet eens moeite om te verbergen, dat ze onze auto wilden jatten!

Lopend, de andere toeristen achterna, liepen we naar het hoogtepunt van de stad: het grote plein Piazza San Marco. Veel valt er niet over te vertellen, behalve dat er een kerk staat waar, op dat moment, een rij van een man of 200 voor stond te wachten om naar binnen te mogen. Wij gingen snel maar weer terug naar onze auto, in de hoop die aan te treffen uiteraard. De auto stond er gelukkig nog, de sleutels waren ook aanwezig, maar een belangrijk item was verdwenen: onze voetbal! We verdachten die schrale k*t-Italianen ervan hem te hebben gejat, maar waarschijnlijker was het, dat we hem in Toblach hadden achtergelaten. Een grote aderlating!

Het echte Kroatië
Na het echte Italië was het nu tijd voor het echte Kroatië. We wilden aan de kust een dagje strand doen en waar kan dat mooier dan in een plaats met de naam Novigrad? Aldaar probeerden we een hotelkamer te zoeken. In het duurste hotel hadden ze nog wel plaats, maar alleen één-persoons kamers voor 95 euro. Als je daar met twee personen op wilde, dan was het 75 + 50% voor de 2e persoon. Dat vonden we goed. In de kamers stond maar één bed, we dachten dat het tweede wel later zou komen. Uiteindelijk gingen we het toch maar even vragen: wanneer komt het tweede bed? "Er komt geen tweede bed", was het antwoord. Die kerel achter de balie dacht dat één persoon op de stoel ging slapen ofzo. Ze konden verder niets voor ons doen, ze hadden geen extra bedden of stretchers over. Zeg dat dan meteen! Uiteindelijk boekten we maar 4 één-persoonskamers. Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat: het diner en ontbijt kreeg je erbij.

Bijna Bosnië
De volgende dag, maandag alweer, verbleven we aan het 'strand'. Helaas lag er geen zand, alleen kiezelstenen. Meer dan dat valt er niet te vertellen, behalve dat Fabian en Moby meededen aan het water aerobics en dat Seppo daar foto's van heeft.

We hadden het na een paar uur wel gezien en we berekenden, dat als we op tijd weggingen we misschien nog wel naar Biha
c (uit te spreken zoals een Amerikaanse rapper over een vrouw praat) in Bosnië konden. Het scheen daar erg mooi te zijn, maar helaas zijn we er nooit aangekomen. We reden over een weg die werd verbreed: 50 kilometer tegelijk! We reden ook nog eens achter een vrachtwagen van de Kroatische Loekie de Leeuw ('Osjemehom'), dus het schoot niet echt op. Uiteindelijk gingen we maar ergens de weg af op zoek naar een slaapplaats.

Goran himself
In een dorpje vonden we een slaapplaats bij een lokaal iemand (Goran en zijn dochter) die kamers verhuurde. "Hebben we ook een ontbijt erbij?", vroeg Fabian. Helaas niet, want hij moest de volgende dag weer vroeg naar zijn werk. Waarschijnlijk werkte hij in een laboratorium, want hij bood ons 'zelfgemaakte' drank aan: 80% alcohol, het zat nog in een reageerbuisje. Zelf was ik de Bob, dus gaf ik mijn portie maar aan Fabian. Hij vond het heerlijk, de rest wat minder. Maar wel blijven lachen naar Goran! We konden betalen met euro's (de kamers, niet de drank), maar zijn dochter had geen wisselgeld. "Is goed zo", zeiden we. Nee, nee, we kregen het wisselgeld wel in bier uitbetaald! Okee, het is weer eens wat anders dan geld, zullen we maar zeggen.

Champions League
De volgende dag maakten we maar liefst twee wandelingen in de natuur en daarna reden we door naar Zagreb. Een echt interessante stad is het niet, maar 's avonds gingen we naar de Champions League wedstrijd (voorronde) tussen Dinamo Zagreb en Domzale uit Slovenië. Dinamo had de eerste wedstrijd al gewonnen en won nu ook, met 3-1. Tijdens de wedstrijd werd het nog even stil, omdat de Kroatische hoogspringster Vlasic over 2.07 meter sprong. Het stadion juichte bijna nog harder dan bij de doelpunten!

Albanië de gekste
Een dag later, woensdag, reden we naar Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië. Het eerste dat opviel, was dat we op een prachtige snelweg reden, aangelegd met geld van de Europese Unie en dat we tol moesten betalen. Dus we hebben daar dubbel voor betaald! Anyway, hoofddoel was het vliegveld, want we zouden naar Tirana vliegen. Het leek niet echt druk op die vlucht te worden, dus de gebruikelijke grappen werden gemaakt: wegens wegwerkzaamheden is de vlucht geannuleerd en moeten we met de bus, we gaan met een helikopter want we zijn maar met zijn vieren etc. Uiteindelijk gingen er zo'n 80 mensen mee en zijn we heelhuids aangekomen.

Klodi, onze gids in Albanië, wachtte ons op en bracht ons met zijn auto naar ons hotel. Het was nogal warm in Albanië, een graadje of 38, dus zijn airco stond op 28 graden in de auto. Verder bleek Klodi als een idioot te rijden: bumperkleven, inhalen waar het niet kon etc. Later bleek iedereen dat te doen, dus dat stelde ons wel een beetje gerust (maar niet erg veel).

Ons hotel stond in de ambassadewijk, tegenover de Roemeense ambassade en vlakbij die van Nederland. Op zich is Tirana natuurlijk een vieze en lawaaiige stad met een hoop rommel en huizen die op instorten staan. Gelukkig zaten wij vlakbij de hippe wijk waar alle coole mensen, studenten en toeristen (wij dus) komen. Je kon er heerlijk eten en van het uitzicht genieten, hetgeen wij dan ook hebben gedaan.

Musea en nog meer
De eerste avond hadden we al direct een museum voor de kiezen gehad (Nationaal Historisch Museum), de volgende dag gingen we naar Kruja, uiteraard om een museum te bezoeken. Deze was speciaal voor Skanderbeg, de nationale held. Hij had tegen het Ottomaanse Rijk gestreden, dat doet het altijd goed in die regio. Hierna bezochten we nog een authentiek Albanees huis, rondgeleid door een oude man die elk detail voor ons uitlegde in het Engels. Helaas spraken we niet altijd hetzelfde soort Engels, maar het meeste begrepen we wel.

Vervolgens gingen we naar Durres, een plaats aan de kust. Eerst bezochten we het oude amphitheater en daarna weer een museum. Helaas was die nog niet open, dus moesten we nog even wachten. Fabian stelde voor om "op het strand een ijsje te eten". Dat vond Klodi goed, dus reed hij ons naar het strand. We dachten, dat we vlakbij waren, maar eerst reden we 20 minuten, via de snelweg, naar een ander deel van de stad. Daar reed hij in één keer, via een heel smal straatje, de auto het strand op en parkeerde hem, voor alle zonnende mensen, tot op een paar meter van de zee. "Je wilde toch naar het strand", antwoordde Klodi onze verbaasde blikken. Het bleek daar heel normaal te zijn om je auto op het strand neer te zetten ...

De witte huizen van Berat
De laatste toeristische plaats die we bezochten was Berat, de volgende dag. Het is voornamelijk bekend om de witte huizen. Eerst gingen we naar een soort van kasteeldorp boven op een berg. Het was een favoriete plaats om trouwfoto's te maken, want er liepen veel pasgetrouwde stelletjes rond. De enige vereiste om zulke foto's te mogen maken leek, dat je fotomodellen moest meebrengen om de foto's op te sieren. De rest van de aanwezigen kon dan ook van het uitzicht genieten ...

In Berat zelf gingen we lunchen en vertelde Klodi wat van zijn leven: hij was een goede voetballer geweest, tot hij op zijn 18e besloot te gaan roken. Dat kwam niet echt als een verrassing, want 90% van de Albanezen rookt. Wij vertelden hem wat ons het meest was opgevallen in Albanië: "Iedereen rijdt als een gek door de stad, maar als er een meisje met een kort rokje oversteekt, dan wordt er meteen geremd". Het antwoord was natuurlijk logisch: "Off course!"

Bowlen
's Avonds gingen we voor het eten op zoek naar een bowlingbaan. We hadden Klodi gevraagd waar we konden bowlen en hij leek niet eens echt verbaasd dat we dat vroegen. Waarschijnlijk gaan alleen de hipste mensen bowlen, dus daar zouden we natuurlijk niet opvallen. We vonden de baan en het meisje achter de balie legde ons het een en ander uit: "Je betaalt per potje per persoon en je krijgt een gratis drankje. Je kunt kiezen uit gin-tonic of vodka-Red Bull." "Welke beveel je aan", vroeg Fabian. "
Eigenlijk zijn ze allebei heel smerig, maar dat mag ik eigenlijk niet zeggen. Van die vodka-Red Bull krijg je een rotte adem, dus als je later nog ergens heen wilt, dan zou ik die niet nemen." "Ligt dat aan de vodka of aan de Red Bull?" "Aan allebei." Uiteindelijk namen we de gin-tonic maar. Het hielp best, want het tweede potje was van een behoorlijk niveau met Seppo als winnaar (172).

Na het bowlen gingen we eten en daarna hoorden we een band spelen. Wij gingen dus een kijkje nemen en de band bleek behoorlijk goed te zijn. Veel lokale nummers (soort Marco Borsato), maar dat mocht de pret niet drukken. Het scheelde weinig of we hadden in een kringetje gedanst!

Terug naar Slovenië
De volgende dag, zaterdag, vlogen we weer terug naar Ljubljana. Uiteraard niet voordat we 's ochtends nog wat foto's van de stad in al haar facetten hadden gemaakt, een moskee hadden bezocht (de vrouwen hadden geen hoofddoek op) en het museum voor moderne kunst. Hier hebben we prachtige foto's gemaakt van honden die op een trompet blazen; moderne kunst is inderdaad niet altijd te begrijpen.

Op het vliegveld liep het allemaal niet helemaal zoals we wilden, want we waren wat aan de late kant. De rij voor de paspoortcontrole schoot niet erg op en ons vliegtuig zou over 5 minuten al vertekken. De twee Duitse dames voor ons lieten ons voor, erg aardig van ze natuurlijk. "Are you in some kind of boygroup?", vroeg er eentje. Ze dacht natuurlijk: vier van die goed-uitziende gasten in de bloei van hun leven, die moeten wel in een boyband zitten! Helaas, dat was niet het geval. De teleurstelling was van haar gezicht af te lezen, ... (ook van die van ons trouwens)

Bled
Via een mooie en drukke tolweg kwamen we aan in Bled, waar we onze laatste week gingen doorbrengen. We hadden een appartement met twee bedden en twee slaapbanken. Uiteraard was Ivo er als de kippen bij om een bed in te nemen, bang dat dat als we erom zouden gaan waterpokeren hij zou gaan verliezen. We mochten gebruik maken van de faciliteiten van het hotel, dus we zijn meteen naar het zwembad gegaan. Dat vonden we echt heerlijk, in meerdere opzichten.

De volgende dag gingen we een wandeling maken door de bergen. We wilden eigenlijk met een kabelbaan naar boven en daar dan een wandeling maken, maar die kabelbaan bleek of onvindbaar of op een andere plaats te zijn. We gingen dus maar naar een meertje lopen, ergens anders in de bergen. Het parcours was nogal steil en vaak werden we opgehouden door halve zolen die niet begrepen dat we er langs wilden. Je kon zwaaien met blauwe vlaggen wat je wilde, ze zagen het gewoon niet! Het gaat te ver op ze op hun schouder te tikken, maar af en toe wilde je er wel eentje de berg aflazeren. Na een lange klim kwamen we aan bij het meertje en dat viel een beetje tegen. Het begon ook nog eens te regenen, dus zijn we daar niet al te lang gebleven. Toen we klaar waren zeiden we tegen Fabian: "Die Triglav gaat het dus effe niet worden", want we waren eigenlijk best moe.

Het meer en de stad
Op maandag gingen we eerst een rondje om het meer van Bled lopen en hebben we het kasteel en het eilandje met de kerk een stuk of 50 keer op de foto gezet. Uiteraard zijn we ook in het kasteel op de berg geweest, maar daar was eigenlijk niet zo veel aan. Het eiland hebben we maar overgeslagen, dat was iets teveel van het goede.

's Middags gingen we naar Ljubljana. Daar hebben we ook een kasteel op een berg bezichtigd (het was kastelendag) en hebben we nog wat door het centrum gebanjerd. Opeens riep een ober van een restaurant ons. Wij dachten, dat hij ons naar binnen wilde lokken, maar daar hadden we geen zin in. Hij bleef ons maar achtervolgen en toen pas bleek wat hij wilde: hij wilde Seppo en Fabian de hand schudden voor het betuigen van hun respect voor Albanië. Ze liepen beiden namelijk in een t-shirt met Albania erop en de Albanese ober kon dat zeer waarderen. Waarschijnlijk zijn ze niet zo geliefd in die contreien. 's Avonds gebeurde ongeveer hetzelfde bij een ijstent, maar deze Albanees was een irritant figuur die je geld probeerde af te troggelen met doorzichtige wisseltrucs.

Fietsen naar de kloven
We moesten natuurlijk ook nog een keertje fietsen, dus dat deden we dinsdag maar. We reden eerst naar de mooiste kloof van Slovenië. Dat bleek ook wel, want het was er nogal druk. Uiteraard was het ook wel mooi, het water was helder groen en de waterval aan het einde was op zich ook wel de moeite waard. Hierna gingen we op zoek naar een andere kloof die enigszins in de buurt moest liggen. We vonden het wel, maar daar aangekomen stond er een bordje, dat de kloof dicht was. Een Franse vrouw legde ons uit wat er precies aan de hand was, in het Engels! Ze vertelde ook, dat er bij haar op de camping veel Hollanders stonden. Verrassend! We gingen toch maar een kijkje nemen en het was inderdaad niet echt interessant.

Na het fietsen gingen we nog een potje midgetgolfen. Het was inderdaad een hele sportieve dag. We deden op zich wel ons best, maar er liepen ook figuren rond die het wel heel serieus namen: eigen ballen, speciale clubs, de baan steeds aanvegen met een eigen veger. Het leken wel professionals! Het moet gezegd: ze waren ook best goed, maar het kwam nogal neurderig over. Net zoiets als een Rubiks kubus oplossen en dan de tijd opnemen om te zien wie het snelst was ...

Eindelijk: een echte wandeling
Woensdag was dan eindelijk de dag, dat we een echte wandeling gingen maken. Het oorspronkelijke plan was om naar de top van de Triglav de lopen, maar dat was een klim van 6 uur heen en ook weer terug. We mogen dan wat vaker op langere afstanden trainen, er zijn natuurlijk wel grenzen. We hadden besloten om maar de starten en zien waar het schip zou stranden.

De Triglav is de hoogste berg van Slovenië en het schijnt, dat je als Sloveen in je eigen land
niet meetelt als je niet tenminste één keer de top hebt beklommen. Daarom was het om 7.30 uur in de ochtend, toen wij begonnen, al behoorlijk druk. We hadden nog niet ontbeten, maar deden dat ergens onderaan de berg. Verschillende groepen lopers kwamen langs die we vriendelijk groetten. Normaal gesproken ziet Fabian blonde vrouwen al van verre aankomen, maar nu mistte hij toch een meisje met haar (groot?)ouders. We doopten haar Jolanda  en gingen op zoek naar haar (u kent de gelijkname tv-serie van de VPRO vast ook nog wel), na het onbijt natuurlijk.

Normaal gesproken halen we alleen maar mensen in als we een berg oplopen, maar vandaag ging dat minder voortvarend. Het waren allemaal geoefende lopers: 75% met stokken en 99% met goede bergschoenen. Die andere procent liep op hardloopschoenen en dat waren niet alleen Ivo, Pim en Seppo. Een aantal dames van onbekende leeftijd kwamen ons hard voorbij hardgelopen. Misschien waren ze aan het trainen voor de Jungfrau marathon, ze gingen te snel om het te vragen.

Na een tijdje, twee uur ofzo, kwamen we bij de eerste berghut aan. Ik wist niet wat ik me daarbij moest voorstellen, maar het is gewoon een houten huisje waar je bratwurst en bier kan kopen. En wie kwamen we daar tegen? Inderdaad: Jolanda! Ze was nog jonger dan we al dachten, maar voor het uitzicht maakte dat niet zoveel uit. De FE-meter sloeg in ieder geval
volledig uit. Na een korte pauze gingen we op weg naar de volgende hut, want we voelden ons wel goed. Maar toen ging het opeens een beetje mis: Fabian, niet echt op dreef met het kaartlezen deze vakantie, stuurde ons op een kruising de verkeerde kant op. We waren intussen zover geklommen, dat we zelf het idee hadden, dat we de top nog wel konden gaan halen. Echter, een uurtje na de kruising bleek dat we verkeerd zaten en hadden we geen tijd meer om terug te gaan. We hadden intussen ook de top gezien en die was nogal steil. Met onze hardloopschoenen werd dat wat lastig, zeker omdat de mensen ook nog eens leken te klauteren met touwen en ijzers aan hun voeten. Fabian wilde toch graag de top halen en ging terug naar de kruising en daarna naar boven. De rest ging naar de volgende berghut, een half uurtje verder.

De hele Triglav lijkt wel een kermis: er lopen echt enorm veel mensen rond. Zelfs op de top, die toch niet echt gemakkelijk te bereiken is, zijn er meer mensen dan bij een gemiddelde wedstrijd van Telstar. Fabian was teruggelopen en daarna weer omhoog, maar opnieuw maakte hij een foutje en nam de moeilijkste weg. Het laatste stuk naar de top was een meter breed, je moest je vasthouden aan touwen en staan op ijzeren pinnen die ze in de berg hadden gehakt. Er gingen tientallen, zo niet honderden, mensen tegelijk naar boven en beneden! Bij tegemoet komend verkeer moest je je maar aan het touw vasthouden en tot de goden bidden, dat je niet naar beneden zou vallen. Getuige het aantal bordjes met namen erop zou je niet de eerste zijn. Uiteindelijk kwam Fabian op de top en werd nog even gespankt door de Spankmeister: een man met een leren pet, een dito broek zonder achterkant en een zweepje. Normaal mogen alleen Slovenen afgeranseld worden (hoort bij de traditie), maar Fabian mocht ook even. En u raadt het al: hij vond het heerlijk!

De rest was alvast naar beneden gaan lopen en na zo'n 10,5 uur was er een einde gekomen aan de wandeling. Aan het einde gingen we nog even sprinten, om aan te geven, dat we echt nog niet helemaal naar de kloten waren. Uiteraard waren we dat wel, maar dat voelden we later pas. De hardloopschoenen waren intussen wel wat versleten en konden in Nederland in de prullenbak gegooid worden.

Beneden kon je nog wat te drinken/eten halen en daar stond ook een vuilnisbak. Op de berg zelf kon je geen afval weggooien, omdat er nergens vuilnisbakken stonden, zelfs niet bij de berghutten. Dus gooide ik nietsvermoedend een leeg colaflesje IN de vuilnisbak, komt er opeens een kerel naar buiten stormen. De rest van de mensen keek ook alsof ik een doodzonde had begaan: dat colaflesje mocht ABSOLUUT NIET in de vuilnisbak gegooid worden! Alleen afval dat je in een berghut had gekocht mocht worden weggegooid. Hij viste dus het flesje uit de bak en gaf het weer terug, daarbij dreigend kijkend. Gekke mensen, die Slovenen.

Breaking the law
Na de wandeling lagen we wel een beetje op apengapen, zeker nadat de vodkafles van de laatste restjes was ontdaan. Fabian en Moby waren kennelijk nog in hun 'hiking high', want ze wilden nog ergens wat leuks gaan doen. Na een biertje op het terras (Moby ook, hij was intussen een echte bierdrinker geworden) zagen ze ergens een bandje spelen, op een ander terras. Het was wel leuk, maar er miste nog iets: een goed nummer! "Breaking the law", riep Ivo dan ook. Helaas kende de band dat nummer niet, maar Ivo wel en de bassist ook, dus kreeg hij de gitaar in zijn handen gedrukt. Met zijn lamme kop begon hij op een akoestische gitaar Breaking The Law te spelen.  Helaas kwamen hij en Fabian, die probeerde mee te brallen, niet verder dan iets van 70% van de tekst en  akkoorden, maar dat mocht hun pret niet drukken, die van de rest van het publiek wel. Ivo gaf na afloop zijn Irish Whip plectrum aan de gitarist van de band, omdat die met een stukje karton van een Kinder Surprise Ei aan het spelen was. Dat kan een professional als Ivo natuurlijk niet aanzien!

Mooiste vallei van de Alpen
De laatste dag in Slovenië was aangebroken en de vraag was waar we nog toe in staat waren. Niet echt veel, er was ook niet veel meer te doen, dus besloten we naar de 'mooiste vallei van de Alpen' te gaan. Die bleek ergens te zijn waar niet zoveel wegen liggen, dus de heenreis duurde drie uur. Toen we daar waren en we uit de auto stapten bleek in welke staat we waren: alles deed zeer, voornamelijk de bovenbenen en achillespezen! We moesten een klein stukje lopen naar een (enorm tegenvallende) waterval, maar omdat de weg licht omhoog ging, lukte dat bijna niet! Uiteindelijk gingen we maar naar Bled terug om de rest van de dag in het zwembad te liggen.

Vrijdag gingen we weer naar huis en konden we 's avonds meteen door naar Meerlive met Guus Meeuwis. Het was er fantastisch!

Enkele opmerkingen
Zouden we nog iets geleerd hebben, danwel hebben opgestoken van deze vakantie?

- Als je in Duitsland gaat eten, bestel dan wat meer dan drie frieten en een worstje, want je wordt het restaurant uitgekeken. Zeker als je daar geen grote bier bij bestelt!
- Als je je elke dag voorneemt om morgen een balansdagje te nemen, dan hoef je echt niet zoveel aan te komen.
- De meeste Slovenen spreken geen woord Engels.
- Ondanks dat wij als EU de snelwegen in Slovenië hebben aangelegd moeten we toch tol betalen.
- Albanië is een vrij arm land, maar als je hotel in de ambassadewijk staat en je in de hippe buurt blijft, dan valt het allemaal niet zo op.
- Wij hebben kentekenplaten uit 41 verschillende landen gezien op de vakantie, waar bij die uit Canada, USA en Israël tot de verrassendste behoorden. We hadden heel Europa, op Ierland en Wit-Rusland na!
- In Slovenië moet je overal voor betalen, tot het zien van natuur aan toe.

Besparingstips
Zo'n vakantie kost toch altijd weer een hoop geld, meer dan je zou willen. Daarom hebben wij onderweg enkele besparingstips opgedaan die ik graag met u wil delen:

- Neem geen tolwegen, die zijn te duur. Bovendien zie je zo ook meer van het echte land. Als je door Oostenrijk moet, gewoon de laatste afslag voor de snelweg nemen, dat scheelt zo 8,50 euro!
- In Italië moet je vaak betalen om een berg op te mogen. Je kunt vaak ook je auto parkeren en dan de laatste 10 kilometer gaan lopen, dan scheelt je een heleboel geld. Je kunt ook met iemand proberen mee te rijden en de kosten dan te delen, want vaak betaal je per auto. Een lokale bus is nog goedkoper!
- Je kunt het beste met de bus naar Venetië, want parkeren is er verschrikkelijk duur.
- In hotels altijd een extra broodje smeren voor de lunch. Als je zegt, dat je uit Nederland komt vinden ze het vaak niet erg, zo is mijn ervaring.
- Een appartement is meestal goedkoper dan een hotel en vaak mag je, gratis, gebruik maken van de faciliteiten.
- Pin alleen als het nodig is. Als je geen geld op zak hebt, dan kun je het ook niet uitgeven!