|
|
| |
Vakantie Fabian, Moby, Pim en Eric 2008: De Kaukasus
Voor atleten van ons niveau wordt het steeds lastiger om
nog een uitdagende trainingslocatie te vinden: Portugal
en Spanje zijn natuurlijk volkomen oninteressant voor
ons en uiteraard hebben we ook een beperkt budget.
Daarom wilden we graag naar Kazachstan: mooie natuur,
bergen, goedkoop, een uitstekende locatie dus voor ons.
Helaas bleek dat goedkoop relatief te zijn en besloten
we om iets minder ver naar Oost-Europa te gaan: de
Kaukasus-landen Armenië, Georgië en de Armeense enclave
Nagorno Karabach.
Gerard de Hollander
We hadden een reis gevonden op internet die
georganiseerd werd door een Nederlander die in Armenië
woont. Hij luisterde naar de naam Gerard den Hollander.
Dat vertrouwden we natuurlijk niet helemaal, want zulk
toeval bestaat niet. Edoch, toen we op het vliegveld van
Yerevan aankwamen bleek hij toch werkelijk te bestaan en
ook zo te heten. We, dat is Fabian, Moby, Eric en Pim,
maakten kennis met de twee andere leden van de groep:
Edo en Tunnie Jongejan, beiden gepensioneerd. Later zou
de Belgische An nog aansluiten.
Yerevan en de bus van Gerard
Gerard bracht ons naar het hotel in Yerevan. Het was een
upgradehotel waarvoor hij geen extra kosten in rekening
zou brengen. Na de kamers en de matrassen geïnspecteerd
te hebben was het ons nog steeds een raadsel waar de
upgrade in zou moeten zitten, maar dat bleek de locatie
te zijn. Verder was het zoals je het in een voormalige
Sovjet stad kunt verwachten: niet echt geweldig. De
volgende ochtend ging Gerard even ons visum regelen voor
Nagorno Karabach en konden wij de stad verkennen. Een
mooie stad kun je Yerevan niet noemen, wel een vieze met
veel auto's.
Deze eerste dag (maandag 8 augustus) zouden we naar het
noorden rijden met de bus van Gerard. Het was een
aftandse Fiat Talento. Het was ongeveer zoals onze
atletiekcarriere tegenwoordig: vroeger zal het best goed
geweest zijn, maar vandaag de dag niet vooruit te
branden. Hij wilde best af en toe stoppen voor een foto,
maar niet bergop, anders kon hij niet meer omhoog komen.
We reden door een mooi en redelijk groen landschap naar
het noorden. Onderweg kwamen we langs de Ajbuben, een
weiland met daarin de letters van het Armeense alfabet
in steen uitgehakt. Daarna bezochten we het dorp Spitak.
Bij de aarbeving van 1988 vielen hier zo'n 20.000 doden
en ter nagedachtenis hebben ze een metalen kerk gebouwd.
Ernaast lag een kerkhof met veel slachtoffers. Een
verschil met een Nederlands kerkhof is, dat ze in
Armenië vaak een soort van foto op de grafsteen hebben
gegrafeerd.
Vanadzor en enkele kerken
We overnachtten in Vanadzor. 's Avonds bij een wandeling
bleek, dat veel moeders met hun huwbare dochter over
straat liepen te paraderen, waarschijnlijk in de hoop de
aandacht te trekken van potentiële huwelijkskandidaten.
Woensdag werd een kerkdag. Eerst gingen we naar
Haghartsin. Deze kerk werd volop verbouwd met geld van
een rijke Armeniër uit Dubai of een soortgelijk land. We
liepen de laatste paar kilometers en de mensen die bezig
waren met werkzaamheden langs de weg keken ons aan alsof
we niet goed bij ons hoofd waren. Waarom lopen als je
ook met de auto kunt? Daarnaast droegen we onze korte
broek en dan ben je natuurlijk helemaal niet goed bij je
hoofd. Ze zaten ons letterlijk uit te lachen!
Bij de kerk werden we uitgenodigd door een oudere man en
vrouw om een kopje thee te drinken. Tjonge, wat zijn ze
toch gastvrij! In de kerk zelf was een doop gaande, best
interessant om eens te zien. Daarna gingen we naar de
volgende kerk, Goshavank, alwaar we een uitleg kregen
van een Russische mevrouw. Er was ook een klein museum
en daar kregen we van haar een ticket. Als we die zouden
bewaren zouden we 100 jaar worden!
's Avonds gingen we eerst een beetje flaneren door de
straten. We vielen nogal op: iedereen staarde ons aan en
op het moment, dat ze ontwaarden dat we een korte broek
droegen begonnen ze ons gewoon uit danwel toe te lachen!
Daarna gingen we een drankje doen op een bepaald terras.
De gemiddelde Armeense dame is vrij slank, dus toen we
twee wat 'vollere' dames op het terras stonden trokken
ze nogal de aandacht, ook van ons. Later kregen we een
servetje van de ober met de tekst: "Veel plezier nog in
Armenië". Het bleken Nederlandse dames te zijn. Gelukkig
hadden ze onze commentaren niet gehoord! Ze bleken
Gerard te kennen en deden de groeten van Rafael. Ons
kent ons, ook in Armenië.
Weer wat kerken en een
kleine lunch
De volgende dag was het weer tijd voor enkele kerken:
die van Sanahin en Haghpat. Eerst bezochten we nog het
museum van Mikoyan, de uitvinder van de MIG. Zijn broer
was een politicus in de Sovjet Unie, ook hij werd
vereerd in het museum.
Deze dag werd ook het begrip 'kleine lunch'
geïntroduceerd door Gerard. In Nederland is dat
misschien een broodje kaas, maar in Armenië is dat zo'n
beetje hetzelfde als een complete maaltijd: veel brood,
kaas, salade van komkommer, tomaat en ui en uiteraard
een kebabje en shashlik.
In Haghpat kwamen we de eerste andere Nederlanders
tegen. Ze logeerden bij de priester van de kerk, een
Jordaniër die hierheen gestuurd was. Hij was
waarschijnlijk een beetje eenzaam, want hij bleef maar
bij ons zitten en verhalen vertellen. Op zich best
gezellig, maar op een gegeven moment is het wel genoeg
natuurlijk.
Op naar Georgië
Op de 4e dag gingen we naar Georgië. De grensovergang
ging redelijk snel, daarna gingen we op weg naar het
grotklooster David Garetja. Het was een lange en warme
tocht door een droog en desolaat landschap. Het klooster
zelf was op zich best aardig, maar het blijft gewoon een
klooster. We sliepen die nacht in een voormalig
Sovjethotel in de plaats Rustavi. 's Avonds deden we een
kleine maaltijd bij een Georgisch restaurant met typisch
Georgische specialiteiten: brood, kaas, salade van
komkommer, tomaat en uit en kebab en shashlik. Een
bepaald iemand moest na een tijdje toch van zijn
avondeten af, in rectale vorm. De wc was een gat in de
grond, maar er hing geen wc-papier. Wat moet je dan?
Laten we het er op houden, dat de andere gasten de
handdoek maar beter niet meer konden gebruiken.
Vlakbij Zuid-Ossetië
Via de oude Militairy Highway vervolgden we onze weg
naar het noorden, naar de plaats Kazbegi. Achter de
bergen lag Zuid-Ossetië en we maakten al wat grappen
over een oorlog aldaar tegen de Russen. Op enkele
bruggen hadden we al wat pseudo militairen gezien met
hele grote geweren, maar die leken er altijd te hebben
gestaan. We zouden overnachten bij een familie met een
mooi groot huis met goede bedden, zeer belangrijk. Toen
kregen we de eerste sms'jes binnen vanuit Nederland, dat
Rusland Zuid-Ossetië was binnengevallen en dat ze de
stad Gori hadden gebombardeerd. We zouden deze stad over
2 dagen bezoeken waar het geboortehuis van Stalin het
hoogtepunt was. Van het Georgische nieuws werden we niet
veel wijzer: we spraken geen Georgisch, nauwelijks
Russische en de berichtgeving was nogal eenzijdig. Ook
van de Russische tv kregen we alleen maar propaganda.
Samen met Gerard besloten we de volgende dag maar gewoon
te gaan wandelen in de bergen en hij zou proberen om de
Nederlandse ambassade te bellen.
Mooie wandeling
We maakten een prachtige wandeling door de bergen. De
hoogste berg is de Kazbeg met zo'n 5048 meter hoogte een
serieuze berg. Zelf kwamen we tot zo'n 2900 meter en
hebben we natuurlijk ook de kerk Gergetis Sameba
bezocht. Vroeger werden daar, in tijd van oorlog, alle
schatten naartoe gebracht, maar dat gebeurde nu niet,
dus zou de oorlog wel meevallen. De berichten van thuis
werden echter steeds serieuzer over vele doden en
oprukkende Russische troepen. Hoewel we vlak bij de
grens zaten merkten we er toch helemaal niets van.
Gerard had intussen de ambassade gebeld en daar zeiden
ze dat we Georgië moesten verlaten. "Wanneer dan?" "Zo
snel mogelijk natuurlijk", was het devies. Het bleek,
dat wij 6 van 60 Nederlanders waren die nog in Georgië
waren. Dat was nog eens interessant! We besloten om toch
maar niet naar Gori te gaan, hoewel het Stalinmuseum
waarschijnlijk de enige plek zou zijn die de Russen niet
zouden bombarderen. We gingen naar Tbilisi en dan
vervolgens zien hoe snel we echt weg moesten.
Tbilisi
In Tbilisi leek het leven zijn gewone gang te gaan,
hoewel er wel heel veel mensen en bijna nog meer
politieagenten op de been waren bij het
parlementsgebouw. De verhalen die we via sms en op
internet lazen zeiden de meest verschrikkelijke dingen,
terwijl de mensen in Tbilisi zelf zeiden, dat het
allemaal wel meeviel en de oorlog bijna ten einde was.
Om 4.37 in de ochtend werd ik wakker door een harde knal
en een lichtflits: later bleek, dat de Russen een
radarstation hadden gebombardeerd, iets ten zuiden van
Tbilisi.
De volgende dag besloten we nog een nacht te blijven, we
merkten toch niets van de oorlog. We maakten een
wandeling door Tbilisi en besloten dat de stad iets
leuker was dan Yerevan, eigenlijk veel leuker: er was
namelijk een MacDonalds. Ivo had intussen contact gehad
met het thuisfront en hij was gevraagd door zijn zwager,
die bij de IJmuider Courant werkt, of hij geïnterviewd
wilde worden voor het Haarlems Dagblad. Midden in een
souvenirshop vertelde hij op smeuïge wijze de spannende
avonturen die we beleefd hadden. Een uurtje later kwamen
we een Nederlandse journalist van de Wereldomroep tegen.
Hij wilde zo snel mogelijk het land verlaten, maar zijn
ogen leken te zeggen: vet spannend hier! Het was
intussen maandag en eigenlijk zouden we moeten bowlen,
maar het meisje van het hotel had even gebeld en ze
waren dicht die avond! Er was meteen geen reden meer om
te blijven in een stad waar de bowlingbaan dicht is.
Wegwezen naar Armenië
's Avonds werden we nog weggestuurd van een terras,
omdat "the Russians are coming". Dat viel wel mee, maar
de sfeer werd toch wat minder losjes. In de nacht hoorde
ik weer het luchtalarm en een kleine bombardement (op
een militair vliegveld bleek) en 's ochtends vroeg
gingen we op weg naar de Armeense grens. Gelukkig waren
we op tijd, in 45 minuten waren we de grens over. Twee
dagen daarvoor was er een bus met Nederlanders vanuit
Georgië naar Armenië vertrokken, geregeld door de
ambassade. Dat duurde waarschijnlijk wel wat langer dan
45 minuten.
We reden via Lake Sevan naar Tsakhkadzor. Eigenlijk
wilden we zwemmen bij Sevan, maar het weer werkte niet
echt mee. Ons hotel in Tsakhkadzor was echt
verschrikkelijk: slechte bedden, smerige badkamer en
overal stof en opgehoopt vuil. Met het dorp zelf troffen
we het enorm: er was een internationaal Pantomime
Festival bezig! Na met enkele Italiaanse mime-spelers op
de foto te zijn gegaan kwamen we bij een hotel aan waar
we konden bowlen. Hoewel het intussen dinsdag was
speelden we toch maar een potje. Het tweede potje moest
helaas halverwegen afgebroken worden omdat de ballen
allemaal verdwenen achter de kegels.
"Sollen wir spazieren?"
's Avonds, na een kleine maaltijd, gingen we natuurlijk
even kijken naar het Pantomime Festival. Opeens kwam er
een meisje langs met een videocamera die nogal
overduidelijk ons aan het filmen was. Helaas sprak ze
geen woord Engels, maar haar nichtje (naar later bleek)
sprak wel Duits. We schoven dus automatisch Fabian naar
voren. Haar tweede zin was, dat ze iemand in het
buitenland zocht. Enkelen was ons gingen over tot het
uitwisselen van telefoonnummers, emailadressen en
foto's, anderen hielden zich was meer afzijdig.
Siranush, zoals ze bleek te heten, had haar zinnen gezet
op Ivo en/of Fabian, maar wij als groep hadden besloten
om Eric wat meer naar voren te schuiven. Na een
wandelingetje te hebben gemaakt met zijn allen, dus ook
met alle neefjes die ze bij hen hadden, spraken we af om
de volgende morgen de kerk te gaan bezichtigen.
De volgende ochtend, na het bezichtigen van de kerk,
gingen we ook nog met de kabelbaan een berg omhoog.
Daarna kwam toch het moment van ons afscheid: ze wilden
ons nog eens ontmoeten op het moment, dat we weer in
Yerevan terug zouden zijn.
Naar het zuiden en Nagorno
Karabakh
Intussen was de Belgische An onze groep komen
versterken. Ze was een jaar of 60 en kwam vooral voor de
textiel naar Armenië. Met een volle bus reden we naar
Sisian. Veel spannends is er over die stad niet te
vertellen, alleen dat in ons hotel een feestje aan de
gang was: iemand had een diploma gehaald of op een
andere manier bemachtigd. Er speelde een band die
oorverdovend hard speeld, daar kan Irish Whip nog een
puntje aan zuigen. Ook werden we 's avonds, bij het
flaneren, aangestaard en toegelachen door 14-jarige
meisjes.
De grensovergang met Karabakh was niet echt spannend.
Fabian liet zijn paspoort en visum zien en verder vonden
ze het wel goed. Tot An opeens foto's begon te maken van
de grensovergang! "Gerard kan veel regelen, maar hij kan
je niet uit de gevangenis halen", aldus Gerard. Na 1000
excuses en het verwijderen van alle foto's mochten we
gelukkig weer verder gaan.
In het dorp Shushi was een trouwerij net afgelopen toen
wij bij de kerk aankwamen. De kerk zelf was niet echt
interessant, het dorp verder ook niet. Shushi was het
eerste dorp dat de Armeniërs op de Azerbaijanen hadden
veroverd in de oorlog om Nagorno Karabakh, begin jaren
90. Verder viel het op, dat niemand bereik had met zijn
mobiele telefoon, alleen Gerard met zijn Armeense
nummer.
Stepanakert
We overnachtten in de 'hoofdstad' Stepanakert. De
volgende dag gingen we eerst ansichtkaarten proberen te
kopen. Dat bleek nogal moeilijk te zijn, maar in het
nationale museum lukte het gelukkig. De postzegels in
het postkantoor was ook een Sovjet-belevenis op zich: er
zaten 4 dames die ons eerst een paar minuten lieten
wachten en vervolgens iemand uit de spelonken van het
gebouw haalden die over de postzegels ging. We
probeerden aan te geven welke we wilden hebben, maar dat
begrepen ze niet. Uiteindelijk maakte Fabian een
tekening van elke postzegel met het aantal er bij en
toen lukte het eindelijk. Waar de kleuterschool al niet
goed voor is!
Na ergens een wandelingetje te hebben gemaakt en een
kerk te hebben gezien wilden we nog even de kaarten op
de bus doen. Dat moest echter bij het postkantoor en
volgens Gerard moesten we erop staan, dat ze de kaarten
ook zouden stempelen waar we bij stonden, anders zouden
ze gewoon de zegels eraf halen en eigenhandig verkopen.
Er bleek nog iemand in het gebouw te zijn en na wat
moeite stempelde ze alle kaarten, dubbelhandig.
Bij de Armeniërs thuis
Het einde van de reis kwam in zich en we moesten nog wel
wat kilometers maken. Het oorspronkelijk plan was om bij
een Armeense familie thuis te overnachten, maar we
besloten om daar alleen te lunchen. Eerst bezochten we
de oudste boom van de voormalige Sovjet Unie, zo'n 2000
jaar oud, en daarna reden we naar Togh, de plaats van de
familie. De opa was ziek, waarschijnlijk
ontwenningsverschijnselen van het niet-vodka-drinken.
Normaal dronk hij een halve liter per dag, maar nu dus
even niet.
Na de lunch kregen we een korte uitleg van een
tonnenmaker en reden we weer terug. Het was een enorme
lange dag en we eindigden in Goris, weer terug in
Armenië zelf. Op de terugweg hadden we het volgende
besloten: Eric zou met Siranush trouwen en wij zouden
het complete huwelijk betalen. Of Eric het hier meer
eens was, was niet helemaal duidelijk, maar echt
tegensputteren deed hij ook niet.
Nog wat kerken
Het was weer enorm warm en we reden door de 'woestijn'
van Armenië. Eerst bezochtten we de kerk Noravank,
gelegen in een prachtige canyon en daarna gingen we naar
een wijnproeverij. Dat bleek toch iets anders te zijn
dan we dachtten: een paar stalletjes naast de weg waar
mensen eigengemaakte wijn in colaflessen verkocht. We
kochten allemaal wat en reden naar Edsmiadsin, het
Armeense Vaticaan. Er was een dienst aan de gang, dus
het was er lekker druk. Het was een compleet circus:
iedereen was foto's aan het maken en de
kledingvoorschriften werden ook niet helemaal strikt
opgevolgd. We hadden dus makkelijk met onze korte broek
naar binnen gekunt!
Emotioneel afscheid en de
Armeense Lama's
De laatste 2 nachten zouden we in het hotel zitten waar
de eerste nacht eigenlijk ook zouden hebben gezeten. We
mochten ook naar dat andere hotel, maar dan moesten we 9
euro per nacht extra betalen. Daar hadden we natuurlijk
geen zin in en dus gingen we naar het oorspronkelijke
hotel. Het lag ergens op een industrieterrein, maar er
was in ieder geval wel airco in de kamers.
's Avonds nam Gerard ons mee naar een jazz avond,
althans dat dacht hij. Het bleek dat er mensen zouden
optreden die humor maakten, humor om te lachen. Het was
een soort Armeense Lama's, ook onbegrijpelijke humor. We
gingen aan een tafeltje zitten, maar dat bleek niet te
mogen: die waren gereserveerd voor mensen die voor de
comedy avond kwamen. "Wat kost het?", vroeg Gerard.
"10.000 Dram", zo'n 11 euro. "Oke, doe maar 2 tafels
dan." Dat was niet helemaal de bedoeling, maar we
mochten toch blijven zitten.
De dames waren ook in Yerevan en kwamen ons vergezellen.
Het was een emotioneel weerzien en aan het einde van de
avond kwam het onvermijdelijke afscheid: in tranen namen
Siranush en haar nichtje (van wie we de naam nog steeds
niet wisten) afscheid van ons en Eric en Ivo in het
bijzonder.
De laatste loodjes in het
Marriott
De laatste dag en de laatste twee kerken. Eerst naar de
grotkerk Geghard. Daar kwamen we een Armeniër tegen die
in Duitsland had gewoond. Na enkele boeiende gesprekken
werden we (Ivo, Fabian en Pim) uitgenodigd voor de
lunch. Effe snel dan. We begonnen met een vodkaatje op
Armenië. Na 3 minuten nog een toast op Freundschaft. We
moesten eigenlijk gaan, maar ze toasten altijd drie
keer: het was inmiddels lunchtijd, maar we hadden
natuurlijk nauwelijks gegeten. Na de derde toast, op de
overwinning van Armenië op Turkije op 6 september met
voetbal, moesten we toch echt gaan.
De laatste kerk, Garni, hebben we helaas in kennelijk
staat aanschouwd. We waren nauwlijks in staat om recht
te lopen en eigenlijk waren we volkomen naar de klote.
Na een uurtje werd het gelukkig wat beter, daarna reden
we weer terug naar Yerevan.
Het afscheid
Gerard zette ons af en reed samen, met de andere gasten
die nog wat langer in het noorden van Armenië zouden
blijven, weer verder. Ook dit was een emotioneel
afscheid waarbij we beloofden elkaar nog vaak te zullen
schrijven. We waren alleen vergeten om wat gegevens uit
te wisselen.
Fabian had intussen het idee opgevat om ons hotel te
verruilen voor het Marriott, een iets luxer hotel. We
gingen we daar dus maar even langs en we werden het eens
over de prijs: 300 dollar voor de Executive Lounge. Per
persoon viel het nog mee en het eten en drinken was
gratis! We haalden onze spullen op uit het andere hotel
en verbouwden de kamer, zodat we allevier apart konden
slapen.
De volgende ochtend werden we vroeg opgehaald door een
taxi en bij de luchthaven afgezet. Met wat moeite kwamen
we van ons laatste geld af en mochten we eindelijk naar
huis.
Conclusies
- Armenië is een mooi bergachtig land, Georgië lijkt
iets minder vervallen.
- Een georganiseerde rondreis is niet echt iets voor
mij: het tempo ligt vrij laag en er is weinig ruimte
voor andere dingen.
- Een aantal kerken en kloosters is nog wel interessant,
maar op een gegeven moment is het wel weer mooi geweest.
- De reis was vrij vermoeiend, voornamelijk door het
vele in de auto zitten. Vaker een bergwandeling maken
zou leuk zijn geweest.
- Het is best interessant om een oorlog mee te maken,
als je er zelf niet midden in zit tenminste.
- In Armenië zijn ze korte broeken niet echt gewend,
getuigen het ons aanstaren door bijna iedereen.
- Intussen zijn we een beetje Oost-Europa moe geworden:
de schraalheid van die landen begint ons teveel te
worden.
- Volgend jaar maar weer naar een geciviliseerd
land/regio.
|
|
|