|
|
| |
Vakantie
Fabian, Moby en de Broer van Moby 2009: USA
Al jaren gebruiken wij de zomervakantie om ons te
oriënteren op trainingslocaties en -methodes elders in
de wereld. Genoeg hebbende van Oostelijk Europa besloten
wij om dit jaar maar eens naar het gezondheidsmekka van
de wereld te gaan: California in de USA. En passant,
omdat we er toch waren, deden we nog wat andere staten
aan.
State Veggie
Na een lange vlucht landden we in San
Francisco. Elke staat heeft een State Flower, California
heeft de broccoli uitgeroepen tot State Veggie. Bij de
Customs mochten we eerst de douane proberen te
overtuigen om ons toe te laten. Toen we de woorden
‘broccoli’ en ‘delicious’ lieten vallen mochten we
zonder problemen het land van de onbegrensde
mogelijkheden in.
We hadden geleerd van ons vorige avontuur in deze
contreien betreffende het huren van een auto. Alles was
al in Nederland geregeld en betaald, dus hopelijk zouden
we niet voor verrassingen komen te staan. We hadden onze
zinnen gezet op een Dodge Charger, maar die was er
helaas niet. We konden kiezen uit een mini SUV (te
weinig bagage ruimte), een soort van Oldsmobile (te
weinig sexy) en een Chrysler 300. Volgens de dame bij
Dollar Rentals een toffe bak, dus kozen we die.
Kofferruimte was er genoeg, beenruimte ook. Onze
vakantie kon beginnen!
Nummerplaten
Vantevoren hadden we al enkele motels
geregeld, dat scheelt kostbare motel-zoek-tijd, tijd die
we ook rijdend kunnen doorbrengen. Onze eerste nacht was
in Merced, gelegen in een vallei tussen twee bergketens
(vandaar de naam vallei). Normaal gesproken tellen wij
altijd het aantal verschillende nummerplaten (uit
verschillende landen) op de snelweg, hier in de USA
begonnen we met het tellen van de verschillende staten.
De teller liep snel op en we moesten al snel noteren
welke staten we al gehad hadden.
Het was er echt enorm warm, een graadje of 40. We hadden
één kamer voor drie personen, met twee grote bedden. Dit
betekende, dat er één een spannende date moest versieren
of op het onderste deel van het bed moest gaan slapen,
terwijl een ander op het matras mocht. Pim offerde zich
als eerste op en omdat het uitgaansleven niet veel
voorstelde in Merced op dinsdagavond en we de Walmart
niet konden vinden werd het uiteindelijk toch het harde
deel van het bed. Logischerwijs sliep hij die nacht niet
echt lekker. Het verschil tussen airco uit (snikheet) en
aan (ijskoud) hielp ook niet echt.
The Hippie
De komende twee dagen stond Yosemite op het programma.
Aangezien we vroeg wakker waren vertrokken voor dag
en dauw naar het park. Onderweg gingen we eerst
ontbijten in Mariposa. Voor 7 uur waren er al aardig wat
klanten in het etablissement van onze keuze: de sheriff
en zijn crew en andere lokale figuren. De serveerster
had mooie nagels versierd met de Amerikaanse vlag; van
een gebrek aan vaderlandsliefde kon je haar in ieder
geval niet betichten. Later kwam er een oude man binnen
en ging vlak bij ons zitten. “Hey, we all have the same
haircut”, zei hij. “Except for you”, zei hij tegen
Fabian, “you’re The Hippie”. Het haar van Fabian was
inderdaad een stuk langer en zijn nieuwe bijnaam was
geboren.
Yosemite
De eerste dag in Yosemite gingen we
wandelen naar de waterval met de naam Vernal Falls.
Onderweg werd je zeiknat, maar uiteindelijk was het een
hele mooie waterval. Het was er nogal druk, het leek
erop dat er wat schoolreisjes gaande waren. Bovenaan de
waterval was het al een stuk minder druk en het
wandelingetje daarna werd nog rustiger. Daarna gingen we
nog naar een uitzichtspunt waar het ook dringen geblazen
was. Helaas was het uitzicht een beetje heiig, vanwege
bosbranden.
’s Avonds reden we naar ons motel in Mammoth Lakes. Ivo
had het geluk, dat er een slaapbank op onze kamer was.
Niet echt geweldig, maar beter dan harde veren in je
rug. De broccoli bij het diner smaakte heerlijk.
Coyote versus hert
De volgende dag wederom naar Yosemite,
maar nu niet in de Valley, maar in het noorden. Ergens
in het begin zagen we een coyote een hert oppeuzelen!
Het zag er erg cool uit, dus stopten we voor een
fotootje. Helaas vond die coyote dat wat minder gezellig
dan wij, want hij ging zich verschuilen achter een
bosje. We zagen hem natuurlijk nog steeds zitten, dus
uiteindelijk koos hij het hazenpad, met de staart tussen
de benen en een zeer teleurgestelde blik in de ogen. Die
stomme Hollanders en Duitser hadden hem van een lekker
maaltje beroofd, terwijl hij van ons echt wel mocht
blijven zitten. In plaats van hert moest hij die ochtend
dus ook aan de broccoli.
In Canada heb je heel veel fotogenieke meren tussen de
bergen liggen. Die wilden we hier ook wel op de foto
zetten, dus werd het een meren-wandel-dag. Eerst naar het
meer May Lake. De weg ernaartoe was werkelijk vergeven
van de muggen. Nu zijn wij als Haarlemmers wel wat
gewend, maar dit was ook ons iets te gortig. En het
uiteindelijke meer was niet eens echt stil! We waren
duidelijk te laat, het bewoog als Jacco op de horden:
langzaam maar gestaag, zoiets.
Hierna gingen we naar een volgend meer: Dog Lake. De
reis ernaartoe was, zoals wel vaker in het leven, iets
mooier dan de bestemming en ook hier weer vele muggen.
Daarna naar het uitzichtspunt Lempert Dome. Daar zagen
we een man die de evenknie van Seppo had kunnen zijn: om
zo wit mogelijk te blijven had hij zonnebrand met factor
30 in dikke lagen op zijn gezicht gesmeerd. Het zag er
echt niet uit: aan de ene kant waren er toch niet zo
heel veel sexy vrouwen om je voor uit te sloven, maar
aan de andere kant wil je toch ook voor jezelf er een
beetje normaal uit zien. Hij dus duidelijk niet.
Als laatste gingen we langs Mono Lake, een zoutmeer met
rotsformaties. Het zag er interessant en mooi uit,
waarvan akte.
Trans-Atlantische
spraakverwarring
’s Avonds gingen we eten in het gezellige
Mammoth Lakes. Fabian had het de hele dag al over een
sportsbar waar hij wilde gaan eten en na een tijdje
hadden we die ook gevonden. Na de heerlijke maaltijd met
gezonde broccoli gingen we afrekenen. Van Fabian moesten
we elke dag 17% fooi geven (dat had hij ergens gelezen)
en daardoor kwam het bedrag op 43 dollar. Pim (deze
vakantie de Chef Zahlen) gaf 53 dollar met de opmerking:
“Make it 43”. “You want change?” vroeg de serveerster
die de hele avond haar vriendelijkste glimlach had
opgezet. “Yes” was Pim’s antwoord. Met een ongelooflijk
chagrijnige smoel gaf ze ons het wisselgeld terug,
uitgaande van het oorspronkelijke bedrag van 35,74
dollar. Hier was duidelijk sprake van een
trans-Atlantische spraakverwarring. Uiteraard lieten wij
het wisselgeld liggen, uitgaande van de 43 dollar die
wij wilden geven, en vertrokken. Het ‘Have a great
night’ klonk niet echt hartelijk.
Death Valley
Op weg naar de hitte van Death Valley.
Het was er tegen de 50 graden Celsius, dus last van
stramme hamstrings hadden we gelukkig niet. Op de weg er
naartoe kom je niet zoveel mensen tegen, bij het
Visitor’s Center was het al iets drukker, bij Badwater
waren er nog meer mensen. Badwater is een zoutvlakte en
tevens het laagste punt van de USA: 85,5 meter onder
zeeniveau. Het beetje water dat er ligt is erg zout, dus
je kunt er bijvoorbeeld geen broccoli telen. Daarna
reden we nog door naar enkele andere vinkpunten en naar
een berg met een mooi uitzicht op de Valley. Gelukkig
was het daar iets minder heet en konden we een tosti
eten (gewoon wat brood met kaas op de motorkap leggen).
Viva Las Vegas
Death Valley was natuurlijk mooi, maar
het eigenlijke doel van deze dag was Las Vegas! Aan het
einde van de middag kwamen we er aan. Ook hier was het
enorm heet en we gingen meteen inchecken in ons hotel,
het Luxor (na het parkeerterrein te hebben afgespeurd
naar nieuwe nummerplaten). Aangezien het de volgende dag
4th of July was, was dit het drukste weekeinde van het
jaar. Voor de incheckbalie stond al een lange rij, maar
gelukkig ging het redelijk snel. Nu was het de beurt aan
Fabian om op een ongemakkelijke ondergrond te slapen. We
gingen nog even zwemmen in het zwembad, maar het viel
een beetje tegen: het was niet dieper dan 3 feet en de
echt mooie vrouwen waren waarschijnlijk iets anders aan
het doen.
’s Avonds gingen we naar de Strip en liepen die bijna
geheel af (een paar kilometer). Het was echt druk
overal, zowel op straat als in de hotels met
bezienswaardigheden. Uiteraard hebben we het allemaal
gezien: de New York New York met de achtbaan, de
Venetian met de gondels en het plein, de Eiffeltoren, de
fonteinen van het Bellagio etc. Als je van dit soort
entertainment houdt, dan is het ongetwijfeld
fantastisch.
Mooie kaart
De volgende dag gingen we naar de
Hooverdam. Dat is een dam, verder valt er echt niets
interessants over te vertellen (we hebben niet de tour
gedaan dus we weten ook niet meer). Daarna gingen we op
zoek naar een Walmart, want we waren al een aantal dagen
in de USA en nog steeds hadden we geen Walmart bezocht.
We belandden in een winkelgebied in de stad Las Vegas,
met onder andere een boeken- en een gitaarwinkel. Moe
van het lopen en het warme weer gingen we op een bankje
zitten. Even snel een foto van ons drieën, in
karakteristieke pose. Na een aantal pogingen was het
geslaagd. Toen kregen we het lumineuze idee om daar een
ansichtkaart van te maken en naar onze vrienden en
familie op te sturen. Bij Walgreens, een grote versie
van het Kruidvat, kon dit. Na de beste foto te hebben
uitgezocht met een bijpassende tekst konden we ze
printen. De mevrouw die dit deed vroeg ons met een big
smile op haar gezicht: “Are you having fun here in Las
Vegas?” Ze begreep de boodschap van onze kaart!
Klik hier voor een online-versie
4th of July
Bij de Walmart hadden we een mooi t-shirt
weten te kopen met de Amerikaanse adelaar erop. We
moesten die avond natuurlijk wel passend gekleed de
straat op. Helaas hebben we het vuurwerk gemist, omdat
we ergens een buffet (zonder broccoli, we waren immers
in Nevada) naar binnen zaten te schuiven. Daarna maar
weer wat hotels aflopen in de hoop op een spannende
gebeurtenis. Er gebeurde weinig, maar aan het einde toch
wel iets. Midden op straat kwam er een meisje naar Ivo
gelopen en ze zei: “Ik wil je op je voorhoofd kussen en
dat op foto vastleggen”. Een nogal raar verzoek, maar
wie maalt daarom? Uiteindelijk doet het niet ter zake
hoe je van Telstar wint, als je maar wint!
ET
Na het verschrikkelijke Las Vegas (dat
was het natuurlijk wel voor ons als erkende
cultuurliefhebbers) gingen we naar het noorden. We
konden de snelle weg kiezen, of via de ET-highway. We
kozen voor de laatste. Deze weg gaat langs Area 51 waar
de USA een geheim testcentrum heeft liggen. Je kunt er
niet komen zonder dood geschoten te worden, ook zijn er
waarnemingen van aliens geweest.
We bezochten het ET-research center alwaar we een
t-shirt kochten met een CTU-opdruk (Counter Terrorist
Unit, waar Jack Bauer van 24 heeft gewerkt). Daarna
stopten we nog bij Rachel alwaar de Rachel’s Ale’Inn is
gevestigd: een houten keet met allerhande prullaria
betreffende aliens en Area 51.
State Quarters
We eindigden in Hawthorne: een klein
stadje dat voornamelijk uit militairen bestaat. Vlakbij
is namelijk een testcentrum van de marine alwaar zij
iets voor onderzeeërs testen. Een logische plek in de
woestijn.
In Hawthorne waren ze de vorige dag vergeten het
vuurwerk af te steken, dus dat deden ze deze dag maar.
Na het vuurwerk met bewondering te hebben gadegeslagen
gingen we nog even naar een casino om wat te eten. In
Las Vegas hadden we niet echt gegokt, alleen een paar
dollar in de slotmachines gegooid. Maar het voordeel
hier was: je kon er nog met ouderwetse kwartjes gokken!
Zoals de liefhebbers weten hebben ze in de USA voor elke
staat een apart kwartje uitgegeven, de State Quarters.
Fabian was de vorige keer dat hij in Houston was
begonnen met het verzamelen van deze kwartjes en Pim
begon nu ook. Hij had de volgende strategie: hij deed
een biljet van 5 dollar in het automaat, liet dit meteen
uitbetalen in kwartjes en legde de kwartjes die hij nog
niet had opzij. Ook na het winnen van wat punten liet
hij zich uitbetalen. Dat leverde in een uurtje iets van
45 verschillende kwartjes op! Het was een beetje een
genante vertoning, zeker toen hij met zijn zwarte handen
na afloop een ijsje bij de MacDonalds ging halen, maar
zelf maalde hij daar niet om. Hij had immers een hoop
nieuwe quarters!
Lake Tahoe
Na de State Quarter missie was Lake Tahoe
aan de beurt. Dit is een heel diep meer alwaar je kunt
vertoeven. We vonden een goedkoop motel in South Lake
Tahoe met drie bedden in één kamer, wel zo gezellig en
comfortabel. ’s Avonds koelde het enorm af en daar waren
we niet helemaal op gekleed toen we gingen eten. Deze
plaats ligt precies op de staatsgrens tussen California
en Nevada. Het eerste (of laatste) gebouw in Nevada is
uiteraard een casino. Daar hebben we een burgertje bij
het Hard Rock Cafe gegeten (weer geen broccoli). Een
aderlating was, dat alle slotmachines alleen creditcards
of papiergeld lustten. Je kon wel je geld via een
machine laten uitbetalen, dus als je met 1 dollar één
keer speelde keerde hij 75 cent uit, ofwel drie
quarters! Helaas geen nieuwe …
De volgende dag was het tijd voor weer eens wat
activiteiten: we gingen mountainbiken. Eerst moesten we
langs de weg en daarna een klein stukje naar het zuiden.
Dat stuk was echt enorm steil, zelfs in de Tour de
France zou de renners het lachen vergaan. Wij draaiden
er onze hand niet voor om, wel lagen wij na die 500
meter klimmen enigszins voor dood op het hete asfalt.
Gelukkig werd het parcours daarna iets beter fietsbaar.
Toch ging er natuurlijk nog iets mis. Ivo ging hard
onderuit tijdens een afdaling over een zanderig pad.
Niemand zag het gebeuren, maar hij zag er vies en
gebruikt uit, nog meer dan normaal. Ook zijn pols deed
pijn, zo bleef hij maar volhouden.
Even later bleek hij ook nog eens een lege band te
hebben, hij hield ons echt enorm op die dag. Onze
mogelijkheden om die band op te pompen waren helaas
uitgedund, dus het was een geluk, dat Fabian een
sportieve mevrouw tegenkwam die uiteindelijk wel haar
pomp wilde lenen. In het echte leven leek ze werkzaam
als drill instructor in het leger, want Ivo werd meteen
aan het werk gezet. Het had resultaat, want zijn band is
uiteindelijk opgepompt en hij kan het nog navertellen
ook.
Toen we onze fietsen gingen terugbrengen hebben we nog
een uurtje met de verhuurder gesproken. “Ik weet dat
jullie in Europa denken dat jullie hier iedereen kunnen
sue-en, en dat is ook zo, maar je kan lekker opfukken”,
zei hij toen Ivo begon over schadevergoeding omdat hij
van zijn fiets was gelazerd. Daarna kwamen nog wat
theorieën langs (Kennedy is vermoord door de CIA en in
het Witte Huis zijn 4 of 5 hoeren werkzaam, voor de
president en zijn staf) en we konden op ons motel aan.
’s Avonds nog even gebowld, waarbij de man naast ons
vroeg: “Who of you guys is the Hippie?”. Fabian
natuurlijk, dat zie en ruik je toch aan die stukken
broccoli in zijn snor!
Squaw Valley
In 1960 zijn de winterspelen in Squaw
Valley gehouden. Wij gingen gewoon een wandelingetje
maken, naar het hoogste punt. Terwijl we daar niets
vermoedend een bammetje met broccoli zaten te verwerken
kwam er opeens een man aangelopen. Hij stond te lullen
in zijn telefoon in zijn linkerhand en met zijn rechter
haalde hij zijn leuter uit zijn broek om te gaan pissen!
Toen hij ons zag borg hij hem snel op en vertrok weer,
geen moment stoppend met lullen in zijn telefoon. Raar
volk, die Amerikanen.
Na Squaw Valley reden we richting het noorden. Lassen
Volcano Park was ons volgende doel. In de buurt was maar
één plaats om te overnachten. Gelukkig was er nog plaats
in de herberg, nog een schappelijke prijs ook en wederom
drie bedden in één kamer.
Hoogste berg
De volgende dag gingen we een wandeling
maken naar het hoogste punt, zo’n 3150 meter. De
wandeling begon al op 2500 meter, dus het was maar 600
meter klimmen. Voor de roundtrip stond 5,5 uur maar dat
is natuurlijk voor een gemiddelde Amerikaan. Het was ons
al eerder opgevallen: veel Amerikanen maken hikes, of ze
er nou op gekleed zijn of niet (meestal niet). Ook nu weer mensen op
slippers en tennisschoenen, terwijl het pad soms toch
vrij steil en glad was. Maar ze lopen wel, in
tegenstelling tot Japanse toeristen in Canada.
Bijna bij het einde kwamen we een Nederlandse tegen die
weer naar beneden ging, omdat ze niet over een
sneeuwveld durfde te lopen. Het bleek een veldje van
niks, zelfs als je zou uitglijden was de kans dat je in
het ravijn zou vallen niet echt groot. Na 5 kwartier
bereikten we de top. Jammer, dat het nogal bewolkt was,
dus het uitzicht kon beter, maar het was meer dan de
moeite waard.
Crab?
Er was ook een man met een vrouw.
Amerikanen vragen altijd waar je vandaan komt en vaak
blijken ze ook familie in Europa (Zwitserland ofzo) te
hebben, of ze zijn 30 jaar geleden in Amsterdam geweest.
Zo ook deze man, hij wilde erg graag vertellen dat hij
chirurg was. De vrouw,
zijn
zus,
was vroeger een bekende
klimster geweest, maar was nu huisvrouw, zo vertelde zij
met zichtbare gene. De man oreerde verder: “Do you like
crab? I love crab, I’m tired of lobster. Lobster is so
overrated”. Fabian dacht: “Crap? We eten al twee weken
niets anders!”
De terugweg ging binnen het uur, dus we hadden genoeg
tijd voor nog een wandeling, naar een waterval (Kings
Creek Falls voor de puristen). Daarna was het tijd om
naar ons motel te gaan, maar we hadden nog steeds geen
beer gezien, terwijl hier toch ‘tons of bear’ zaten.
Hoezeer we ook wilden en ons best deden om schaduwen tot
zwarte beren te bombarderen, we hebben ze niet gevonden.
Op weg naar Oregon
De volgende dag aten we eerst een
ontbijtje in het restaurant dat bij het motel hoorde.
Intussen herkenden wij alle andere gasten en uiteraard
ook andersom. George, zoals wij onze vriend noemden
omdat hij op George Bush Sr. leek, begon een verhaal
tegen ons op te hangen over San Diego en dat het daar
zulk lekker weer was. Altijd 21 graden en soms heb je
helemaal geen wetsuit nodig om lekker in de zee te
zwemmen. Toen hij weg was en wij eindelijk aan ons
ontbijt van gegrilde broccoli wilden beginnen kwam er
een vrouw aan, die nu toch wel eens wilde weten welke
taal wij spraken en waar we vandaan kwamen etc. Konden
we dat verhaal voor de zoveelste keer vertellen. Met
enige vertraging konden we toch nog een wandelingetje
maken in het park. En weer geen beer gezien!
Hierna gingen we op weg naar Oregon, Crater Lake was het
doel. Dat was te ver weg voor die dag, dus we eindigden
in Klamath Falls. Helaas, anders dan de naam doet
vermoeden zijn er geen watervallen in die plaats. Het
was vrijdagavond, dus we kleedden ons zo mooi mogelijk
aan, deden een luchtje op en gingen naar het centrum om
daar iets leuks te beleven. Helaas, het was er nogal
uitgestorven. Na een pizzaatje (zonder broccoli, in
Oregon houden ze daar niet zo van) en een biertje in een
café met live muziek gingen we maar een pooltje leggen.
Na een paar potjes vervolgden we onze kroegentocht naar
een andere tent, waar het het drukst leek. Het was er
niet echt spannend. Zoals in alle Amerikaanse tenten
stond ook hier de tv aan, met honkbal, dus dat hielp ook
al niet. Na één drankje
dropen we teleurgesteld af naar ons motel.
Crater Lake
Het enige mooie en interessante in Oregon
is Crater Lake, een vulkanisch meer dat heel diep is.
Ook nu was de weg erheen niet zo heel druk, maar het
parkeerterrein bij het Visitor’s Center was afgeladen.
Het was dan ook weekend en iedereen wilde lekker
genieten. Wij gingen een wandeling maken naar een
bergtop waar je een nog beter zicht had op het meer. Er
was een afzetting in verband met een sneeuwveld op het
pad, maar volgens anderen kon je daar best overheen. Dat
deden we dus maar en het uiteindelijke uitzicht was erg
mooi. Het water lijkt zo onnatuurlijk blauw, dat het
bijna pijn doet aan je ogen.
Check het hier
Na deze wandeling gingen we naar een punt waar je het
water kunt aanraken. Er gaat een boot van dat punt naar
een eiland in het meer, maar die was al uitverkocht. Het
pad was enorm steil, dus onze achilli schreeuwden moord
en brand. Ook hier weer dikke en slecht beschoende
Amerikanen, maar ze liepen wel en niemand gaf op.
Medford
Na Crater Lake reden we terug naar het
zuiden, naar de plaats Medford. Hier was verder niets,
maar het was een grote plaats waar we konden
overnachten. En ook niet onbelangrijk: hier hadden ze
een Red Robin, een hamburgertent die ‘gourmet burgers’
serveert! En ook bier, hetgeen Ivo en Fabian dan ook
bestelden. Als je jonger lijkt dan 39,5 jaar moet je je
ID laten zien. En wat denk je? Ze hoefden niets te laten
zien! Ze voelden zich zwaar in hun kloten geschopt, maar
eerlijk is eerlijk: vooral Fabian ziet er, bij een
bepaalde lichtval, best oud uit.
’s Avonds gingen we nog een kroeg in, het was tenslotte
zaterdag. Er speelde een liveband, waarbij het publiek
bestond uit familieleden en vrienden. De ster van de
band was de Gitaar God, hij kon zelfs achter zijn rug
spelen! Pim kocht een cd, maar die viel uiteraard nogal
tegen. Daarna wilden we naar een Ierse pub, omdat
iedereen daar heen ging. Iedereen moest zijn ID laten
zien, dus wij lieten ook onze rijbewijzen zien. “Hmmm, I
don’t know. I need a second opinion”, aldus de
controleerder. De baas kwam eraan en vertelde ons, dat
we onze paspoorten moesten laten zien, anders mochten we
er niet in. De politie kwam vaak controleren, dus het
moest echt. Dat waren wij natuurlijk niet van plan, dus
dropen we maar weer af naar ons motel. Oregon sucks!
Tja, en nu?
Het was intussen zondag en we moesten nog
een paar dagen zien vol te maken. Echter, we hadden niet
echt een programma meer. We hadden besloten om op
woensdag en donderdag in San Fancisco area te zijn. We
moesten dus nog drie dagen zien door te brengen, zonder
echte doelen.
Op zondag reden we naar de Oregon Caves en overnachtten
in Crescent City. Op maandag gingen we grote bomen
bezichtigen in Redwood National Park en overnachtten we
in Ukiah. De spannendste gebeurtenissen van deze dag:
Pim mocht in een souvenirwinkel tussen de quarters op
zoek gaan naar missende exemplaren. Hij vond er twee,
waardoor hij er nog maar eentje hoefde, namelijk
Tennessee. ’s Avonds in Ukiah, bij de Walmart, kreeg Ivo
een quarter als wisselgeld. En wat denk je? Inderdaad:
Tennessee! Fabian moest er nog een aantal, waaronder
Tennessee. En aan wie gunt Ivo deze quarter? Niet eens
aan zijn bloedeigen broer, maar aan Fabian! Alleen maar,
omdat hij het onzin vond dat Pim die quarters spaarde
(“je hebt ze toch allemaal al?”). Hij had ze inderdaad
allemaal al, maar een tweede verzameling geeft zo’n
vakantie een doel. Hij beloofde: als hij geen album zou
vinden om die quarters in op te bergen, dan zou hij ze
gaan uitgeven en Fabian zijn ontbrekende doen toekomen.
Lekker wijn proeven
Na Ukiah reden we door Napa Valley,
bekend als wijncentrum van Amerika en dus de wereld. Wij
zouden de naam Wijnliefhebber niet mogen dragen als we
niet ergens zouden gaan proeven. We besloten om naar
Domain Chandon te gaan. We kochten kaartjes voor de tour
met aansluitend een proefsessie. Omdat het nog een half
uur duurde voor de tour begon, gingen we eerst proeven.
We kozen voor het basis pakket en de Franse Virginie
vertelde ons wat we ook op het velletje papier zagen
staan. Het was allemaal bubbeltjeswijn, niet echt mijn
favoriet, maar allevier hadden ze hun eigen karakter en
zat er een druivensmaak aan met hier en daar wat
eikenhouten tonen en een zweem van broccoli. Een andere
mevrouw die ons liet proeven vertelde, dat je daar ook
lekker kon eten. “Maybe another time, because today we
have a balance day. Yesterday we ate crap.” “Oh, I love
crab”, kirde ze.
De tour was enorm interessant, maar het meeste ging
langs ons heen. Patricia praatte nogal met haar handen
en ze was verliefd op een bepaalde wijn. “He’s my
boyfriend, I meet him every day after work”. “Dan is Bud
Light mijn vriendin”, aldus Fabian.
Na deze exercitie besloot Fabian, dat hij nog best in
staat was om te rijden en dus reden we naar Berkeley.
San Francisco was een dag te vroeg in zicht, maar omdat
we toch in de buurt waren gingen we naar de universiteit
van Berkeley. Echt spannend was het niet en het verkeer
was verschrikkelijk. We reden weer terug naar Frisco om
een plaatje van de Golden Gate brug te maken. Gelukkig
hebben ze ook daar parkeerplaatsen voor aangelegd, dus
dat was verder geen probleem.
Silicon Valley
Wat wel een probleem was: het vinden van
een motel. We konden langs de weg helemaal niets vinden,
maar uiteindelijk, met de hulp van een politie agent,
vonden we een motel. Het werd weer iets duurder dan
daarvoor, maar dan hadden we ook twee kamers. En 40
euro per persoon per nacht was nou ook weer niet
onoverkomelijk, dus daar zouden we onze laatste drie
nachten blijven. Het motel lag langs de El Camino Real, in
Sillicon Valley. Veel hippe internetbedrijven hebben we
daar niet gezien, wel veel cliché latino’s.
De volgende dag gingen we eerst naar de universiteit
Stanford en daarna shoppen. Ook gingen we nog naar het
strand. Waar het in de Valley warm was, zo was het op
het strand nogal koel. Helemaal bewolkt, wind, de zee
was ijskoud, compleet het tegenovergestelde van wat je
van een strand in California zou verwachten. Maar
natuurlijk wel enorm hip!
Vertier
’s Avonds wilden we nog iets leuks doen.
We hadden geluk: tegenover ons motel was de Hanky Panky,
een Gentlemen’s club, naast ons motel was een
bowlingbaan. Wegens geldgebrek werd het de bowlingbaan.
Maar we hadden geluk: op het parkeerterrein zagen we
twee nummerplaten van staten die we nog niet gezien
hadden! Het bowlen zelf was ook niet onverdienstelijk,
maar zo goed als in Lake Tahoe was het niet. De broccoli
snacks smaakten hier ook een beetje oudbakken.
The City
Onze laatste dag in de USA gingen we met
de trein naar San Francisco. Het treinstation was nogal
ver van alle toeristische activiteiten, maar daardoor
konden we wel precies om 10:30 uur in de Starbucks
zitten! De hele vakantie wilden we al eens naar dit
hippe koffiehuis en waar is het hipper dan in de minst
Amerikaanse stad van Amerika, San Francisco? De hipheid
straalde ook door naar ons toen we van onze Caramel
Macchiato nipten. Alleen jammer, dat ze geen Broccoli
Macchiato op hun menu hadden.
Nauwelijks bekomen van deze aanval van hipheid gingen we
verder naar Pier 39. De kaartjes voor Alcatraz waren
helaas al voor de komende 5 dagen uitverkocht, dus dat
ging niet door. Pier 39 is bekend van de
zeeleeuwen die daar op de pier liggen. Er is een heel
circus omheen gebouwd met veel souvenirwinkeltjes. Het
was niet helemaal duidelijk wie er voor wie kwam: de
toeristen voor de zeeleeuwen, of de zeeleeuwen voor de
toeristen. De laatsten waren in ieder geval ruim in de
meerderheid.
China Town
Veel meer dan dit is San Francisco niet,
maar we gingen nog wel even naar Chinatown. In de rest
van SF is het percentage Chinezen ongeveer 75, in
Chinatown rond de 90. We gingen authentiek Chinees eten,
met stokjes. De door ons bestelde rijst kwam niet
(gelukkig maar, we hadden toch geen honger meer na het
geroosterde vlees), dus daar hoefden we ook niet voor te
betalen. De manager vond dat niet zo leuk (“The service
is not included!”), maar dat deerde ons in het geheel
niet.
Ivo wilde nog even in een fotozaak kijken en daar mocht
hij een x0.45 converter proberen. Het was zo’n mooi
apparaat, normaal 600 dollar maar voor hem nu slechts
299! Dat vond hij nog wat duur, maar voor 199 was het
ook goed. “Maar ik heb hem helemaal niet nodig”, dus
mocht hij zelf een bedrag noemen. “50 Dollar ofzo?”.
Voor 100 mocht hij hem hebben, als hij cash zou betalen.
Uiteindelijk gingen we maar weg, maar niet voordat de
verkoper riep “50 dollar is ok!” Toch een
meesterafdinger die Ivo, van 600 naar 50 dollar voor een
stukje plastic. Pim wist uiteindelijk wel te slagen in
Chinatown: een Harry Potter in het Chinees en een album
voor zijn State Quarters!
Weer naar huis
’s Avonds gingen we wederom bowlen, maar
we hadden duidelijk niet het beste voor het laatst
bewaard. De volgende ochtend gingen we eerst flink
ontbijten bij de IHOP (het Broccoli Sporters Menu) en
daarna nog wat kilometers rijden. We hadden intussen wel
de 3000 mijl overschreden, maar we wilden natuurlijk ook
de 5000 km in de benen hebben. Het kostte wat omrijden,
maar uiteindelijk is het gelukt: 5002 kilometer in 17
dagen. Trots op onszelf en de
Chrysler konden we het vliegtuig in op weg naar
Nederland.
Conclusies:
- De broccoli is zoveel groener en rijker
van smaak in California dan in Nederland. Buiten
California is het matig verkrijgbaar.
- Amerikanen lijken heel aardig en geïnteresseerd in je.
Echter, het is gewoon nieuwsgierigheid: als ze weten wat
ze willen weten, dan verliezen ze hun interesse. Maar
niet na een welgemeend “Welcome to the United States”.
- Iedere Amerikaan heeft wel familie in Europa, of is 30
jaar geleden in Amsterdam geweest.
- Geheel tegen de verwachting in gaan Amerikanen ook
gewoon de berg op, de kleding is niet altijd even
geschikt, maar ze doen het wel.
- We hebben de volgende nummerplaten helaas niet (op
rijdende/geparkeerde auto's) gezien:
Hawaï, Rhode Island, Vermont en West Virginia.
- Van vaker bowlen op vakantie word je niet
noodzakelijkerwijs beter (beste prestaties: Fabian 130,
Ivo 153, Pim 164).
- Plannen voor volgend jaar? Het kan weer alle kanten
op, zolang er maar goede trainingsfaciliteiten zijn en
onbespoten broccoli.
|
|
|